verenigde staten

Yellow Eyes – Immersion trench reverie

De nieuwe vierde plaat van Yellow Eyes was bijna door de mazen van het net geglipt en dat zou heel spijtig geweest zijn, want ik smaak deze band rond de broers Will en Sam Skarstad wel. Net zoals op voorganger “Sick with bloom” zit drumbeest Michael Rekevics  (Fell Voices, Vanum, Vilkacis, Vorde, …) nog steeds op de drumkruk en de bass-snaren worden gegeseld door Alex DeMaria (Anicon, Obaku). De band heeft er recent een korte Europese doortocht met het Duitse Ultha opzitten, waarbij ik ze spijtig genoeg niet aan het werk kon zien. Hopelijk lukt dat bij hun volgende passage wel. Om inspiratie op te doen, trokken beide broers een maand naar Siberië. De winterse geluiden verbonden aan deze geïsoleerde regio hebben hun sporen duidelijk nagelaten in het geluid van “Immersion trench reverie“, de plaat die hieruit volgde. Zo horen we in de ijl klinkende USBM van opener “Old alpine pang“, het begeesterende mid-tempo startende “Shrillness in the heated grass“, de titeltrack en het tien minuten durende “Jubilat” ondermeer Russische flat bells terug. Ruw, somber, desolaat en grauw beschrijven de black metal van het kwartet het best met “Velvet on the horns” als extreme uitschieter. Hoewel er enkel ruimte lijkt te zijn voor verschillende zwart- en grijsschakeringen wordt het einde van “Blue as blue” en “Shrillness in the heated grass” ingekleurd met harmonieuze gezangen van een vrouwenkoor dat in een Siberisch stadje opgenomen werd en in de titeltrack maakt het geblaf van wilde honden haar opwachting. Het zijn deze elementen en het gebruik van akoestische gitaarpassages die nog nét dat tikkeltje meer sfeer weten creëren en van “Immersion trench reverie” de beste Yellow Eyes-release tot op heden maken.

JOKKE: 83/100

Yellow Eyes – Immersion trench reverie (Gilead Media 2017)
1. Old alpine pang
2. Blue as blue
3. Shrillness in the heated grass
4. Velvet on the horns
5. Immersion trench reverie
6. Jubilat

Advertenties

Wolves In The Throne Room – Thrice woven

Wolves In The Throne Room is één van de weinig bands die kan zeggen dat ze aan de wieg stonden van een heus subgenre binnen het black metal gebeuren. In navolging van hun tweede langspeler “Two hunters” uit 2007, explodeerde het aantal atmosferische black metal bands dat de natuur als uitgangspunt nam in plaats van allerlei satanische fratsen en idolatrie. Onze favoriete boomknuffelaars lieten zich inspireren door de overweldigende natuurkrachten uit hun leefwereld Cascadia die zich in het Pacifische Noord-Westen van de Verenigde Staten uitstrekt. Cascadian black metal was een feit, de copy cats rezen als paddenstoelen uit de grond en zelfs bands met een gelijkaardige sound en thematiek, maar opererend aan de andere kant van de aardbol, kregen dit label opgespeld. Na het teleurstellende “Celestial lineage” uit 2011 bleek het heilige vuur echter gedoofd te zijn. De vrees zat er dan ook even in dat de broertjes Aaron en Nathan Weaver aan serieuze metaalmoeheid leden toen drie jaar later de zaaddodende ambient-herwerking “Celestite” uitkwam. Maar gelukkig kruipt het bloed waar het niet gaan kan. Eerder dit jaar verraste de band met één van de coolste namen ooit ons al met een geweldig optreden op Roadburn waar ze – ondanks het grote podium – de (atmo)sfeer goed konden vasthouden en overbrengen naar het publiek. De verwachtingen voor de nieuwe plaat werden dan ook serieus omhoog gekrikt. Zes lange jaren na de vorige metalen plaat is “Thrice woven” eindelijk een feit. En laten we maar meteen tot de essentie komen: het doet enorm veel deugd om terug een geïnspireerde band aan het werk te horen. Nadat de inleidende akoestische gitaren wegebben, krijgen we in de vorm van “Born from the serpent’s eye” een hongerig trio – tweede gitarist Kody Keyworth is ondertussen tot de vaste kern van de band toegetreden – te horen met voldoende peper in de reet om te beklijven zoals ze dat in hun begindagen ook konden. Na één van hun meest agressieve riffs in jaren valt de razernij echter plots stil en creëren de feeërieke zangpartijen van de Zweedse Anna von Hausswolff een Enya-achtige sfeer. De openingstrack combineert meteen beide sterktes van de band: op Noorse leest geschoeide black metal furie en atmosferische diepgang. Ook het korte “Mother owl, father ocean” verderop het album wordt volledig door Anna’s zang gedragen en bevat tevens een bijdrage van de Turkse harpist Zeynep Oyku. Een andere gast die opdraaft, is Neurosis’ Steve Von Till die “The old ones are with us” inzet waarbij zijn diepe stem wordt begeleid door akoestische klanken en een knetterend haardvuur. Deze mid-tempo song is dreigender, mysterieuzer en slepender van aard en heeft een meditatief aura over zich heen gedrapeerd. Maar dan komt het almachtige, op Noordse mythen gebaseerde “Angrboda” in galop aangedraafd om ons met haar blasts en majestueuze gevoel helemaal plat te walsen. Waar veel andere bands de pakkende riff in het begin van het nummer tot treurens toe zouden herhalen, laten de wolven dit momentum slechts één keer passeren waardoor je steeds opnieuw naar de repeat-knop grijpt om dit triomfantelijke gevoel te herbeleven. De meer dan elf minuten durende afsluiter “Fires roar in the palace of the moon” vormt nogmaals een synthese van alle sterktes van Wolves In The Throne Room: een dynamische wisselwerking tussen groots klinkende black metal en meer introverte natuurmystiek. Welkom terug heren!

JOKKE: 90/100

Wolves In The Throne Room – Thrice woven (Artemesia Records 2017)
1. Born from the serpent’s eye
2. The old ones are with us
3. Angrboda
4. Mother owl, father ocean
5. Fires roar in the palace of the moon

Chelsea Wolfe – Hiss spun

Topwijven. Er lopen er ondertussen heel wat rond in de rock- en metalscene, maar de strafste van allemaal is ongetwijfeld Chelsea Wolfe. Plaat na plaat lijkt ze voor een meer donkere en zware sound te gaan die de soundtrack vormt voor haar relatie met haar innerlijke demonen. Het nagelnieuwe album “Hiss spun” overtreft hierin zelfs nog haar geweldige voorganger “Abyss” uit 2015. Wanneer de openingstrack uit de boxen dendert, krijgen we zelfs onversneden sludge te horen die enkele keren in overdrive gaat. De toon is gezet, de oorschelpen reeds opengereten en likkebaardend willen we de elf andere songs ondergaan. Hierin laat mevrouw Wolfe zoals gewoonlijk weer talrijke facetten van haar muzikale spectrum aan bod komen. Het pulserende “Vex” is waarschijnlijk één van de meest heavy dingen die we ooit op een Chelsea Wolfe plaat hebben gehoord. De term “sludge” was reeds gevallen en wordt nog extra in de verf gezet wanneer Aaron Turner (Isis, Sumac, Old Man Gloom, Mamiffer) in deze song zijn schuur opentrekt. En nu we toch bij de guest appearances zijn aangekomen, mag natuurlijk ook Troy Van Leeuwen niet onvermeld blijven. De van A Perfect Circle en Queens Of The Stone Age gekende gitarist geeft de eerste drie tracks middels zijn gitaarwerk extra kleur, voor zover grijs en zwart als kleuren gelden. Maar laten we ook het heavy drumwerk van slagwerkster Jess Gowrie niet onvermeld laten. De ene keer groovy beukend, de andere keer via subtiele percussie, maar steeds in dienst van het nummer. Ook live was ik van deze dame onder de indruk, van Chelsea’s volledige band trouwens. De rockende single “16 psyche” heb ik ondertussen al grijsgedraaid, maar blijft na de tigste keer nog steeds beklijven. Misschien wel het beste nummer dat ze ooit geschreven heeft! “Static hum” geldt als een gelijkaardige catchy up-tempo song en moet er amper voor onderdoen. De zalven-en-slaan-balans wordt middels het bezwerende “The culling“, het grotendeels feeërieke “Twin fawn” en “Offering” – dat dicht tegen het solowerk van dat andere topwijf Emma Ruth Rundle (Marriages, Red Sparowes) aanleunt – in evenwicht gehouden. “Particle flux” geldt dan weer als de duistere catharsis van de plaat. Enkel in het breekbare, akoestische “Two spirit” schemert het folky verleden nog door het dreigende dichtgepakte wolkendek door. In het melodramatische, loodzware, piepende, kreunende en dronende “Scrape” laat Chelsea Wolfe haar demonen nog een laatste keer de vrije loop. Plaat van het jaar? Ik dacht het wel! Vrouwen boven!

JOKKE: 95/100

Chelsea Wolfe – Hiss spun (Sargent House 2017)
1. Spun
2. 16 psyche
3. Vex
4. Strain
5. The culling
6. Particle flux
7. Twin fawn
8. Offering
9. Static hum
10. Welt
11. Two spirit
12. Scrape

Cryptic Fog – Staring through the veil

Na de demo “Path of the withering moon” uit 2009 werd het muisstil rond Cryptic Fog, een Amerikaanse death metal band die draait rond het songwriters duo Dave Bennett (gitaar en bas) en Dan Klein (drum en zang). Na een lange afwezigheid laten ze met debuutlangspeler “Staring through the veil” echter opnieuw van zich horen. Met vijf songs die samen op driekwartier muziek afklokken, mag de term “episch” gerust van stal gehaald worden als adjectief voor de hybride vorm aan death en black metal die we door onze speakers horen knallen. Wat het doodsmetalen element betreft horen we invloeden terug uit zowel de Tampa (de meer technische en progressieve riffs) als Stockholm death metal school (de hakkende ritmes) en dit alles wordt overgoten met een zwart sausje. De lange songs bevatten heel wat twists en hooks, maar ook voldoende terugkerende motieven, zodat je niet verdwaalt in de cryptische mist. Doorheen het extreme en rauwe karakter van een song als “Cast into the ghastly pits of execration” hoor ik wat Angelcorpse-invloeden doorschemeren evenals in het gejaagde en van apocalyptische solo’s voorziene “Cursed oil upon the abhorrent idols of man“. “Eternal internment of the prolific paradigm; Staring through the veil of aberration” is een hele mond vol als songtitel en is ook de meest technische song van de vijf waarin melodische gitaarlijnen en modern klinkende chugga-chugga-riffs elkaar afwisselen. De surprise zit hem echter op het einde van het twaalf minuten durende “Cleansed by the black flame of absolution” want na een hondsdolle rit maakt de agressie plaats voor een episch einde waarin subtiele rituele achtergrondzang plots overgaat in een Bathory-eske cleane zanguithaal. Op “Staring through the veil” is Cryptic Fog erin geslaagd om old-school invloeden te mengen met modernere elementen en er een spannend geheel van te maken. Fijne ontdekking!

JOKKE: 82/100

Cryptic Fog – Staring through the veil (Blood Harvest 2017)
1. The grand berator walks among the hall of misery
2. Cast into the ghastly pits of execration
3. Cursed oil upon the abhorrent idols of man
4. Eternal internment of the prolific paradigm; Staring through the veil of aberration
5. Cleansed by the black flame of absolution

Spectral Voice – Eroded corridors of unbeing

Na een inlooptraject van vijf demo’s en twee splits werd het hoogtijd voor het uit Colorado afkomstige Spectral Voice om haar kunsten te etaleren op een volwaardige langspeler. “Eroded corridors of unbeing” werd ie gedoopt en Dark Descent Records heeft de eer het ding op de markt te brengen. De mix van down tuned death metal en extreme doom gaat erg diep en de lage tonen walsen als een tientonner over je heen. Spectral Voice is echter niet voor één gat te vinden en bouwt afwisselende tempo’s gaande van funeral doom tot blast beats in de vijf nummers in en heeft tevens oor voor melodie tussen al het forsbolgerol door. Wat Vassafor niet voor mekaar krijgt, lijkt voor het kwartet – waarvan gitarist M. Kolontyrsky en bassits J. Barrett trouwens ook deel uitmaken van het geniale Blood Incantation – een koud kunstje waar ze met twee vingers (en waarschijnlijk dan nog de ver uiteen gespreide devil’s horns) in de neus in te slagen, namelijk nummers met een epische speelduur de hele rit boeiend houden. Het veertien minuten durende “Visions of psychic dismemberment” is hier een schoolvoorbeeld van. Deze kolos marcheert over hoogtes en laagtes en bezit een afwisselende flow met enkele trippy passages zonder gebricoleerd over te komen. Het kortere “Lurking gloom” dendert onstopbaar door en bevat een coole passage waarbij blast beats over arpeggio’s gedrapeerd zijn. dISEMBOWELMENT luurt om de hoek. Alle songs behalve de hekkensluiter bevatten aan het einde erg duistere drone en noise, om de stemming te zetten voor de opvolgende track. De diepe grunts en vettige screams van drummer (!) E.Wendler gaan door merg en been en laten geen spaander heel van je trommelvliezen. Tel hier nog een erg krachtig maar ruw geluid bij zodat Spectral Voice op alle gebied weet te overtuigen. Joechei!

JOKKE: 85/100

Spectral Voice – Eroded corridors of unbeing (Dark descent Records 2017)
1. Thresholds beyond
2. Visions of psychic dismemberment
3. Lurking gloom
4. Terminal exhalation of being
5. Dissolution

Utzalu – The loins of repentance

Utzalu is een extensie van de visies achter Urzeit – één van de vele andere bands van Vrasubatlat-oprichter R – zij het in een minimalistischer en ruwer black metal kader. Qua inspiratie wordt de mosterd gehaald bij de Franse schrijver Emile Zola en worden thema’s als verdorvenheid, overmoed, zelfvernietiging, wraak en meedogenloze lust bezongen. In het geval van Utzalu doet R het met drummer T; of het dezelfde vellenmepper als bij Dagger Lust betreft, weet ik niet. Wat ik wel weet, is dat de zeven songs van “The loins of repentance” tot het beste werk van Utzalu tot op heden behoren, want de demosongs overstegen de grijze middelmaat niet, voornamelijk door het voortdurend herkauwen van één-en-dezelfde riff en bijhorend drumpatroon. Na het nodige gepiep en gekraak gaat “Putrid aide-mémoire” over naar rauwe black ’n roll zoals we van Utzalu gewend zijn. Ook “Loins of rapine” ontpopt zich volgens hetzelfde stramien. In het aanstekelijke, punky “We don’t belong…he is alone” schemeren lichte Alkerdeel invloeden door en voor het eerst horen we in “Absent eyes” en “Fetid morality” eens wat blastende drums in plaats van boem-tsjak-boem-tsjak-ritmes wat de afwisseling ten goede komt. Afsluiter “Loins of repentance” is slepen van aard maar blijft té lang in dezelfde middelmatige repetitieve riff hangen terwijl “Bloodied gowns on cringed worms” van een mid-tempo start naar het einde toe toch alles losgooit. Door haar dynamiek is dit de beste song van de plaat. Met slechts zesentwintig minuten speeltijd voelt het wel wat overdreven aan om dit een langspeler te noemen, maar soit. Utzalu maakte een positieve ontwikkeling door, in de eerste plaats door het inbouwen van de nodige variatie. Dat juichen we toe!

JOKKE: 75/100

Utzalu – The loins of repentance (Vrasubatlat/Fallen Empire Records 2017)
1. Putrid aide-mémoire
2. Absent eyes
3. Bloodied gowns on cringed worms
4. Fetid morality
5. Loins of rapine
6. We don’t belong… he is alone
7. Loins of repentance

Adzalaan – Adzalaan

Met Triumvir Foul, Uškumgallu, Utzalu en Urzeit bevinden de meeste bands van muzikale duizendpoot R zich in de achterste regionen van mijn platencollectie. Met Adzalaan komt daar verandering in, hoewel deze eerste demo momenteel enkel op cassette  – in een gelimiteerde oplage van honderd stuks – werd uitgebracht. R doet het normaal op zijn eentje in dit project maar heeft zich op drums toch laten bijstaan door Mróz. De muziek van Adzalaan is inktzwart en projecteert de kracht van isolement, angst en claustrofobie; no happy tunes hier. De twee tracks, die gezamenlijk afklokken op een kwartier, overtuigen met de vingers in de neus, maar liggen wel niet zo gek ver verwijderd van de aanpak en sound van het geweldige Uškumgallu. Maar dat is gezeik in de marge. “Tower of false cleansing” is de snellere van de twee songs met een in de riffs ingebakken triomfantelijk gevoel terwijl “Morbid oaths fall from wicked tongues” meer repetitief, slepend en dreigender van karakter is, hoewel halverwege het gaspedaal ook terug ingeduwd wordt. Dit smaakt absoluut naar meer…en snel wat!

JOKKE: 85/100

Adzalaan – Adzalaan (Vrasubatlat 2017)
1. Tower of false cleansing
2. Morbid oaths fall from wicked tongues