verenigde staten

Bestia Arcana – Holókauston

Midden juni verschijnt via nieuwe broodheer Dark Descent Records – met Daemon Worship Productions zit er precies een serieuze haar in de boter – de tweede langspeler van Bestia Arcana. Dat is enkele weken na de nieuwe Nightbringer. Waarom zeg ik dat? Wel, omdat de line-up van Bestia Arcana bestaat uit individuen die eveneens deel uitmaken/uitmaakten van deze band uit Colorado. De scheidingslijn tussen de auditieve terreur die het trio Naas Alcameth, K. en Menthor via Bestia Arcana de kosmos in knalt, was ten tijde van het zes jaar oude debuut “To anabainon ek tes abyssu” een hele dunne vergeleken met Nightbringer. Op “Holókauston” heeft het trio meer een eigen smoelwerk waardoor het bestaansrecht van Bestia Arcana nu absoluut gerechtvaardigd wordt. De plaat bevat slechts vier songs, maar in tegenstelling tot hun gebalde titels, flirten ze elk met de tien minuten grens. De black op “Hellmouth” en “Iniquity” is nog steeds zo zwart als de nacht, want doorheen de volgestouwde afotische songstructuur schijnt geen greintje zonlicht. “Obscurator” neigt met zijn laaggestemde gitaren en diepere growls eerder naar orthodoxe death metal – naar het einde toe hoor ik zelfs wat flarden Immolation terug – en verkent de extremen qua speelsnelheid. Met een drumbeest als Menthor zit je natuurlijk gebeiteld en kan je zowat elk tempo aan. Het zware, met dronende ambient onderbouwde “Howling” is de vreemde eend in de bijt en sleept zich zelfs op een funeral doom tempo voort. Bestia Arcana trekt op “Holókauston” de kaart van veelzijdigheid wat voor een afwisselende plaat met een goede flow zorgt. Bijpassend artwork van David Herrerias maakt het horrorachtig plaatje tenslotte compleet.

JOKKE: 85/100

Bestia Arcana – Holókauston (Dark descent records 2017)
1. Hellmouth
2. Obscurator
3. Howling
4. Iniquity

Nightbringer – Terra damnata

“Does size matter?” In het geval van Kyle Spanswick in elk geval niet, want hoewel de Amerikaan klein van gestalte is, weet hij grootse dingen te doen met zijn Nightbringer. Op plaat nummer vijf bestaat het internationale gezelschap naast zanger/gitarist Kyle aka Naas Alcameth (Akhlys, Bestia Arcana) uit de Zweedse zanger ar-Ra’d al-Iblis (o.a. ex-Acrimonious), zanger/gitarist Ophis – je hoort inderdaad drie schreeuwlelijkerd aan het werk – Gitarist VJS (o.a. Adaestuo en Sargeist) – yep, ook drie gitaristen –  de Portugese drummer Menthor (o.a. Enthroned en Lucifyre) en met bassist Norgaath (o.a. Coldborn en Grimfaug) is er tenslotte zelfs een Belgische connectie. Allemaal jongens die het klappen van de zweep kennen en dus niet op een foutje te betrappen zijn. Voorganger “Ego dominus tuus” uit 2014 vond ik het toenmalige hoogtepunt uit de carrière van de band omwille van het lager gehalte aan enerverende tremolo picking leads ten opzichte van het ouder materiaal, wat me dus beter afging. Er werd wel grondig leentjebuur gespeeld bij Dark Funeral (zanglijnen) en in mindere mate Emperor en Dimmu Borgir (het symfonische aspect). Zelf zegt de band op de nieuwkomer terug te keren naar het meer orthodoxe geluid van “Hierophany of the open grave” uit 2011 –  wat ik beaam – maar spijtig genoeg betekent dat ook wel terug een hogere dosis volcontinu high pitched leads waar ik bij momenten onrustig van wordt – maar is dat eerlijk gezegd ook niet de bedoeling van black metal? In opener “As wolves amongs ruins” worden de snerpende leads zo verschroeiend heet als een laser waarmee foute tribal tattoos uitgewist kunnen worden om plaats te ruimen voor één of ander hip occult symbooltje. Naast moeilijker te verteerbare songs staan er ook een heleboel klassenummers op “Terra damnata” zoals “Midnight’s crown” waarbij de wisselwerking tussen de drie vocalisten vuurwerk geeft en “Let silence be his sacred name“, met haar dynamische en expansieve sound waarbij trage partijen afgewisseld worden met hyperspeed blasts die een meditatieve state of mind creëren. Referenties naar Emperor’s barokke “IX equilibrium“-periode zijn nog steeds aanwezig, zoals te horen is in de mid-tempo track “Inheritor of a dying world“. Het trage, slepende maar bombastische “The lamp of inverse light” springt het meest in het alziend oog met haar spoken word-sample, ontleend aan een interview met Julius Evola (Italiaanse filosoof, schilder en esotericus die hier spreekt over The Left Hand Path). In hekkensluiter “Serpent song” laat Nightbringer nog eens horen waarom ze qua complexe, symfonische black metal momenteel zo wat de absolute top in het genre zijn. Op grafisch vlak heeft de Mexicaanse kunstenaar David Herrerias zich weer eens mogen uitleven, want het cover artwork, vol occulte verwijzingen, is erg intrigerend. Deze jongens nemen hun spirituele overtuigingen uitermate serieus, wat bovendien respect afdwingt.

JOKKE: 86/100

Nightbringer – Terra damnata (Season Of Mist 2017)
1. As wolves amongst ruins
2. Misrule
3. Midnight’s crown
4. Of the key and crossed bones
5. Let silence be his sacred name
6. Inheritor of a dying world
7. The lamp of inverse light
8. Serpent sun

Vanum – Burning arrow

De heren Kyle Morgan en Mike Rekevics kunnen weinig fout doen bij ondergetekende. Elke week spint er wel een plaat waar één van hen op te horen is haar rondjes op mijn draaitafel. Zij het Ash Borer, Predatory Light, Vilkacis, Fell Voices, Vorde, Yellow Eyes of Ruin Lust. Met “Realm of sacrifice” leverde Vanum twee jaar geleden al een knap debuut af. Met een gezamenlijke tour met Ash Borer op de planning, levert het duo vers plaatwerk af, zij het deze keer een EP getiteld “Burning arrow“. Hoewel de drie songs gemiddeld een minuut of acht duren, zijn ze ten opzichte van het debuut meer gestroomlijnd en van overtollig vet ontdaan. Bovendien werd de inspiratie deze keer meer uit de klassieke Griekse en Slavische black metal scene van begin jaren negentig gehaald, hoewel er op het debuut ook al een enkele knipoog naar een band als Drudkh te ontwaren viel. Adjectieven die de sound en atmosfeer beschrijven zijn deze keer dus eerder “triomfantelijk”, “tragisch”, “bombastisch” en “glorieus” in plaats van “melancholisch” en “introspectief”. Doorheen de multi-gelaagde gitaarsound weerklinken orchestrale toetsen die refereren aan het latere werk van Bathory. Hoewel er links en rechts enkele typische signature riffs van Kyle opduiken, onderscheidt Vanum zich nu met een eigen smoelwerk meer van Ash Borer en Fell Voices. Op tekstueel vlak zijn de songs doordrongen van alchemie en het gedachtegoed van psycholoog Carl Jung met betrekking tot “nigredo” of “zwartheid”, in alchemistische termen ook wel “verrotting” of “ontbinding” betekenend. Jung interpreteerde “nigredo” als een moment van maximale wanhoop en zag het als een voorwaarde voor verdere persoonlijke ontwikkeling. De innerlijke zoektocht naar het zelfbewustzijn en de eindeloze persoonlijke strijd komen sterk tot uiting in deze spirituele black metal met “Spring of life” als hoogtepunt. Sterke EP die met elke luisterbeurt groeit. Benieuwd naar Vanum’s live show op Roadburn waarvoor bijkomende muzikanten uit het aanverwante Predatory Light opgetrommeld worden.

JOKKE: 85/100

Vanum – Burning arrow (Profound Lore Records/Psychic Violence 2017)
1. Watcher in the eastern sky
2. Immortal will
3. Spring of life

Abigor/Nightbringer/Thy Darkened Shade/Mortuus – Split

Hij is lang in de maak geweest, maar uiteindelijk is de langverwachte split tussen Abigor, Nightbringer, Thy Darkened Shade en Mortuus een feit. Met respectievelijk Oostenrijk, de Verenigde Staten, Griekenland en Zweden als uitvalsbasis is de geografische spreiding van deze vier bands enorm uitgestrekt. En hoewel elk van deze black metal acts voor een eigen radicale interpretatie van “The Left Hand Path” staat en er een specifieke theologische achtergrond op nahoudt, is er toch een gemeenschappelijke deler tussen hen. Eigenlijk krijgen we één song te horen die op 42 minuten afklokt en waarbij elke participant een deel – simpelweg naar de uitvoerder vernoemd – voor zijn rekening neemt en de tekst doorheen de vier delen vloeit. Abigor bij de spits af. Ik heb het altijd al moeilijk gehad om deze Oostenrijkers te doorgronden en zelden viel het kwartje. Ook nu zijn ze duidelijk de meest avant-gardistische van de vier want wat ze twaalf minuten lang laten horen, springt echt van de hak op de tak: van jazzy en proggy stuff over theatraal gedoe tot krankzinnige black metal. Abigor klinkt hier bijna als een Opeth met een zwart randje. Dit gaat zowat overal naartoe behalve naar mijn gelukshormoon, want hier kan ik niet veel mee aanvangen. En hoewel Nightbringer ook een zekere theatraliteit en majestueusheid uitdraagt, klinkt hun bijdrage veel meer echt voor de raap en is hun blastende sinistere black meer dan welkom na het zenuwslopende Abigor. De snerpende gitaarleads klinken onmiskenbaar als Nightbringer en de innemende vocalen van Naas Alcameth blazen de tenenkrommende cleane zang die we bij Abigor hoorden aan frut. Benieuwd naar het nieuwe “Terra damnata” dat volgende maand zal verschijnen. Bij Thy Darkened Shade draait het om melodieus riffwerk dat met de nodige techniciteit uit de snaren getoverd wordt. De Griekse sound komt duidelijk naar voor en naast beukwerk is er ook plaats voor akoestische gitaren en een neo-klassiek piano-intermezzo. Naar het einde toe passeert er ook nog wat koorzang alvorens Mortuus een einde mag breien aan het geheel. Bij de Zweden gaat het tempo serieus de dieperik en krijgen we een bezwerend en repetitief, sacraal klinkend stuk muziek binnen. Er valt heel veel te beleven op deze split want elke band kleurt op zijn eigen manier buiten de lijntjes van het genre. Ieder zal hier natuurlijk zijn persoonlijke favoriet hebben. Voor ondergetekende trekt Abigor echter de gemiddelde score naar beneden. De bands brengen deze split in eigen beheer uit maar in Europa staan World Terror Committee en Avantgarde Music in voor de officiële distributie.

JOKKE: 77/100 (Abigor: 60/100 – Nightbringer: 80/100 – Thy Darkened Shade: 82/100 – Mortuus: 84/100)

Abigor/Nightbringer/Thy Darkened Shade/Mortuus – Split (World Terror Committee/Avantgarde Music 2017)
1. Abigor
2. Nightbringer
3. Thy Darkened Shade
4. Mortuus

Woe – Hope attrition

Het Amerikaanse Woe timmert al tien jaar aan de weg en lijkt album na album meer zieltjes voor zich te winnen met haar kwaliteitsvolle USBM. Met debuut “A spell for the dead of man” uit 2008 liet Woe destijds een fris post-black geluid horen, wat ondertussen door een pak andere bands verder uitgemolken werd. Voor de twee volgende platen verkaste Woe naar Candlelight Records en ten tijde van “Quietly, undramatically” uit 2010, breide oprichter en mastermind Chris Grigg zijn geesteskindje uit tot een volwaardige band. Hoewel ik deze plaat onsamenhangend vond klinken, kwam de overstap naar het nieuwe label de naamsbekendheid ten goede. Twee jaar later verscheen dan “Withdrawal” waarop meer post-hardcore elementen in de sound geïncorporeerd werden. Sindsdien is er echter een vrij groot verloop aan bandleden geweest, maar dat krijgt Woe niet klein, want met “Hope attrition” verschijnt nu een nieuwe plaat op het Duitse Vendetta Records, een label dat perfect bij deze band past. Bij Woe draait het nog steeds om thema’s zoals angst, verlies, depressies, negativisme, geweld, wanhoop, falen en agressie, iets wat niet alleen duidelijk wordt uit de albumtitel en het grijze artwork maar ook bij de openingsscream “This is a failure!” die na drie minuten naar je kop geslingerd wordt. De hogere naar hardcore neigende screams van Chris worden meer en meer afgewisseld met de diepere vocalen van bassist Grzesiek Czapla, wat voor de nodige dynamiek en afwisseling zorgt en parallellen trekt met labelgenoten Ultha; beide bands trekken niet voor niets samen de hort op de komende weken. Een andere overeenkomst met deze Duitsers is hun afkeer voor NSBM wat duidelijk naar voor komt in “No blood has honor“. In “Drown us with greatness” lijkt de zinsnede “A man beyond a man – A man who bore a movement – Like a drill into the head of peace – A movement of god – For only god could wreak this vengeance” dan weer een sneer naar malloot Donald Trump te zijn. Er wordt sterk en strak gemusiceerd met extra complimenten voor drummer Lev Weinstein die we van onder andere Krallice kennen. De songs grijpen je bij de keel, zij het door de agressie die op je afkomt, zij het door het gevoel voor melodie dat allerminst uit het oog verloren wordt en zo van bijvoorbeeld “The din of the mourning” een heerlijke song maakt waarin beide aspecten samengesmeed worden, alleen weten de cleane vocalen niet volledig te overtuigen. De 48 seconden akoestische gitaren van “A distant epitaph” volgen al vrij snel als heel summier rustpuntje, maar had ik graag wat meer uitgewerkt gezien, want nu schieten ze aan hun doel voorbij. Voor de rest ligt het tempo verschroeiend hoog en kan je pas na drie kwartier terug wat adem happen. Met “Hope attrition” zal Woe ontegensprekelijk heel wat nieuwe zieltjes voor zich kunnen winnen. Het is hen gegund.

JOKKE: 84/100

Woe – Hope attrition (Vendetta Records 2017)
1. Unending call of woe
2. No blood has honor
3. A distant epitaph
4. The din of the mourning
5. The ones we lost
6. Drown us with greatness
7. Abject in defeat

Skáphe – Untitled

Het venijnige serpent dat onder de naam Skáphe doorheen de extreme ondergrond kronkelt, weet als geen ander de luisteraar te verstikken eens haar giftanden zich in je malse vlees nestelen. De lente is eindelijk daar, de konijntjes beginnen te huppelen en de eerste zonnestralen doen de knopjes aan platen en bomen weelderig groeien. Alex Poole en Dagur Gonzales – ik hoef beide heren ondertussen niet meer voor te stellen aan de trouwe volgelingen van onze blog – doen deze lentetaferelen echter als sneeuw voor de zon verdwijnen, want hun ultieme duisternis werpt een doodse sfeer op het eerste nieuwe leven. Een tweeëntwintigminuten durende “song” “VII” gaat verder waar “I” tot en met “VI” van “Skáphe²” ophielden. Gestroomlijnde partijen gaan hand in hand met ongecontroleerde chaos en jazzy improvisatie – zo lijkt het althans toch – en gitzwarte atmosfeer. En toch is er geen sprake van een ongeleid projectiel want er is een zekere flow ingebouwd die je stelselmatig een stapje verder het vacuum inzuigt. Ik kan hier echt hele dagen naar zitten luisteren, ook al gaat dit nog een stapje verder dan het alom geprezen Deathspell Omega, en krijgt de Studio 100 black metal-liefhebber hier waarschijnlijk een instant zenuwinzinking van. Deze EP verschijnt via het nieuwe, mysterieuze Mystiskaos cassettelabel en kan ook via Fallen Empire Records en haar gekende distributiekanalen opgepikt worden.

JOKKE: 85/100

Skáphe – Untitled (Mystiskaos/Fallen Empire Records 2017)
1. VII