verenigde staten

Isenordal/Void Omnia – Split

Split-releases zijn nog altijd een ideale manier om via een gekende band een onbekende te ontdekken. Alzo geschiedde dat deze keer door de samenwerking die het door ons geliefde Amerikaanse Void Omnia aanging met haar landgenoten Isenordal, een naam die niet meteen een belletje deed rinkelen. Het sextet dat blijkbaar aan het begin van de maand haar tweede langspeler uitbracht, krijgt de eer om de boel op gang te trekken. Door de combo met Void Omnia had ik ergens black metal verwacht, maar ik blijk al gauw bedrogen uit te komen want het geluid van de band uit Seattle situeert zich in trage doomregionen, zij het met een pagan-, folk en black metal-invalshoek. “Eternal winter of the mind” kent een atmosferische start waarbij mannelijke en vrouwelijke samenzang de toon zetten over sereen gitaargetokkel waarna vioolklanken langzaamaan aanzwellen totdat iets na drie minuten speeltijd trage drums en diepe grunts invallen en de boel opentrekken. Als we doom en violen combineren is My Dying Bride natuurlijk nooit veraf en de sfeer schippert tussen dreigende, melancholische en hoopvolle klanken. Zangeres Marisa Kaye Janke eist een grote rol op en heeft – in tegenstelling tot wat haar familienaam doet vermoeden – best een goede stem die bij momenten aan Amy Lee (Evanescence) doet denken. Ik heb ooit eens één nummer van Draconian gehoord (“Death, come near me“) en dat geluid kan ook best als referentie dienen. Verderop in het nummer schakelt het sextet trapsgewijs enkele versnellingen hoger en wordt de sfeer geleidelijk aan zwarter, maar het geheel komt wat rommelig over doordat er plots te veel dingen tegelijk gebeuren. Wat mij betreft hadden de black metal-stukken dan ook weggelaten mogen worden in het nummer dat nu op een kwartier speeltijd afklokt. Laat het spelen van black metal maar over aan Void Omnia dat met haar tweede langspeler “Dying light” reeds op Addergebroed passeerde. Zoals we van het kwintet gekend zijn, vallen ze meteen met de deur in huis en razen ze ongenadig doorheen “The terror which traipse unseen in slumber” dat een typisch USBM Westkust geluid laat horen waarin ijle screams, vinnig en snel drumwerk en striemende riffs de toon zetten. Ook “Of oak and soil” geeft een fikse pandoering maar is iets dynamischer van opbouw. In “Disdain reprieve” duikelt het tempo naar beneden en schemert een Oost-Europees triomfantelijk gevoel doorheen de riffs. Niet slecht, maar Void Omnia vind ik dan weer meer overtuigen in het snelle en felle werk hoewel de korte instrumentale track uiteindelijk ook nog wel openbarst. Geen must have-split wat mij betreft, maar wel een interessante combinatie van stijlen.

JOKKE: 78/100 (Isenordal: 76/100 – Void Omnia: 80/100)

Isenordal/Void Omnia – Split Eternal Warfare Records/Vendetta Records 2018)
1. Isenordal – Eternal winter of the mind
2. Void Omnia – The terror which traipse unseen in slumber
3. Void Omnia – Of oak and soil
4. Void Omnia – Disdain reprieve

 

Advertenties

Abstracter – Cinereous incarnate

De muziek van het uit Oakland afkomstige Abstracter zat ooit in hetzelfde straatje als een Neurosis, maar gaandeweg heeft het kwartet een meer eigen smoelwerk ontwikkeld. En hoewel er nooit veel kleur in het artwork van de band heeft gezeten, straalt het geheel nóg meer dan ooit een apocalyptisch gevoel uit waarbij onderdrukking, verslagenheid en ontrafelende hoop centraal staan. De zondvloed aan verstikkende distortion en sombere atmosferen wordt gevoed door verscheidene kolkende rivieren die samenkomen en elementen uit death, doom en black metal maar ook crust, noise, drone en duistere ambient aanvoeren. Opener “Nether” laat middels blastbeats en dikke fuzzy death metal-riffs meteen tien minuten lang horen dat de extreme metalvarianten nóg meer aan betekenis hebben gewonnen in het nihilistische wereldbeeld van de heren. Naar de finale van het nummer toe daalt het tempo en verrijken noise en drone-elementen de distopische sound en beuken ze de luisteraar Primitive Man-gewijs plat. In “Ashen reign” worden we als luisteraar heen en weer geslingerd tussen tergend trage death/doom zoals we die kennen van Khanate, Winter en Disembowelment en korte d-beat uitspattingen. Wanneer “Wings of annihilation” haar vleugels uitstrekt, werpt de track een dood en verderf zaaiende schaduw over Moeder Aarde. “Devouring night” wisselt tenslotte opnieuw woeste sludge à la Indian en Graves At Sea af met sneller werk (denk Dragged Into Sunlight maar iets minder extreem), maar steeds met een gitzwarte ondertoon en anti-humane invalshoek. Voilà, ik denk dat het door de veelvuldige name dropping duidelijk mag zijn in welke compleet-aan-het-daglicht-onttrokken hoek we de nieuwe van Abstracter kunnen plaatsen.

JOKKE: 81/100

Abstracter – Cinereous incarnate (I, Voidhanger Records 2018)
1. Nether
2. Cinereous
3. Ashen reign
4. Wings of annihilation
5. Incarnate
6. Devouring night

 

Yob – Our raw heart

Het is enkele jaar stil geweest in het kamp van het ronduit fantastische Yob. Dat was vooral te wijten aan de gezondheidsperikelen van de flamboyante frontman/gitarist Mike Scheidt, wiens leven zelfs even aan een zijden draadje heeft gehangen. We zijn maar al te blij dat Mike zo goed als terug de oude is en dat er vier jaar na het magistrale “Clearing the path to ascend“, dat toen in heel wat eindejaarslijstjes prijkte, opnieuw vers plaatwerk is. “Our raw heart” werd het beestje gedoopt en staat tot aan het gaatje vol met hoogstaande stoner/doom. Er prijken maar liefst zeven songs (wat veel is naar Yob-normen) op de tracklist van de van-een-kleurrijke-hoes-voorziene plaat, waarvan er dan nog eens twee ruim een kwartier duren, wat de totale speelduur om meer dan zeventig minuten brengt. We zijn natuurlijk niets anders gewoon van het trio dat naast Mike bestaat uit drummer Travis Foster en bassist Aaron Rieseberg. Openen doen de heren met “Ablaze“, een typisch Yob-nummer dat al hun gekende ingrediënten bevat: logge ritmes, een slepende flow en de typische van-effecten-bulkende cleane zang van de frontman. In het daaropvolgende dreigende en donkere “The screen” krijgen we echter een afwijkende sound voorgeschoteld waarin Mike’s vocalen een pak ruwer klinken en een distorted riff bijna tien minuten lang hetzelfde patroon herhaalt. Iets te veel van het goede als je het mij vraagt en het haalt de vaart uit de plaat. Ik hoor Yob dan ook liever aan het werk wanneer ze een weidse, open sound neerzetten, zoals in opvolger “In reverie” die massiever klinkt, maar opnieuw wat variatie mist om tien minuten lang te kunnen boeien. “Lungs reach” vormt met haar ambient, drone en in reverb gedrenkte achtergrondgeluiden een rustpunt op de plaat, hoewel de band halverwege het nummer plots toch enorm zwaar uithaalt en Mike’s oerkreten een zekere overlevingsdrang uitroepen. Op de voorganger was het afsluiter “Marrow” die de kippenvelfactor in het rood deed gaan, op “Our raw heart” is die taak weggelegd voor het kwartier durende “Beauty in falling leaves” dat ons meermaals tot tranen toe beroert. Mike’s zang klinkt breekbaar en puur, de gitaarlijnen dwarrelen doorheen het nummer als neervallende bladeren en melancholische klanken nemen de boventoon. Als de distortionpedaal dan toch eens ingedrukt wordt, horen we Yob op haar best en is Black Sabbath niet veraf. De gitaargolven dreunen eindeloos door maar kruipen onder je vel en laten je niet onberoerd. Het contrast met het bulderende “Original face” kan niet groter zijn en laat een crossover horen tussen doom en met punk doorspekte metal. De zang klinkt enorm rauw en diep en de muziek knipoogt naar Vhöl, het zijproject van Mike en enkele leden van Agalloch, Ludicra en Hammers of Misfortune. In de monumentale titeltrack die doorspekt is met psychedelisch gitaarwerk, is de aanpak softer, maar daarom niet minder “heavy“. Mike bezingt hier zijn geworstel met zijn mortaliteit (“Drained and filled again / Temple to a nameless soul / Beckoning my restless ghost /From holes in my gut / To love from miracles / Silver climbed the walls / Eyeless looking on / It’s looking still / Drawn by a mortal thread / To an ever shifting weave / Known better by my bones / Than my eyes can see“) en de levenswil die hij hierdoor gekregen heeft. Want ondanks de emotionele ups en downs die er in de teksten te lezen zijn, mogen we “Our raw heart” vooral als een ode aan het leven beschouwen.

JOKKE: 87/100

Yob – Our raw heart (Relapse Records 2018)
1. Ablaze
2. The screen
3. In reverie
4. Lungs reach
5. Beauty in falling leaves
6. Original face
7. Our raw heart

Vilkacis/Turia – Split

Vol ongeduld keken we bij Addergebroed uit naar de enige tijd geleden aangekondigde split tussen Vilkacis en Turia, twee goedbewaarde geheimen uit de respectievelijke Amerikaanse en Nederlandse ondergrond. We hebben vijf jaar moeten wachten op de recent verschenen tweede langspeler “Beyond the mortal gate” van Vilkacis, maar Michael Rekevics had blijkbaar nog heel wat lekkers in zijn mouw zitten getuige deze twee nieuwe tracks. Momenteel zit deze held trouwens in de studio voor de opnames van de tweede Vanum plaat; opnieuw iets om reikhalzend naar uit te kijken. Vilkacis houdt vast aan traditionele black metal maar brengt die met een zelden geziene passie en gedrevenheid. Die triomfantelijke, eerder Oost-Europees aandoende insteek is vanaf de eerste noten van “In the night’s grip” weer onmiskenbaar aanwezig in de snelle en rauwe black die negen minuten lang bulkt van het klaroengeschal, hoewel deze strijdlustige tonen met een gitaar opgewekt worden. Lijnrecht tegenover die gevoelens van suprematie en onoverwinnelijkheid staan tragedie en melancholische treurnis, een ander aspect dat in Vilkacis’ muziek ingebakken zit en naar voor komt in het tragere “Final march into flame“, waarover een weemoedig aura gedrapeerd is dat nog extra in de verf gezet wordt middels de epische koorzang in de finale van het nummer. Over naar kant B. Het tot het enigmatische Haeresis Noviomagi-label behorende Turia gooide vorig jaar hoge ogen met “Dede kondre” en laat opnieuw horen dat ze één van de meest verfrissende en unieke acts uit de florerende Nederlandse black metal scene zijn. “Tuchtroede” is nog maar net uit de startblokken geschoten of de psychedelische, Indisch-aandoende melodieën die in het grimmige riffwerk verborgen zitten, laten overduidelijk horen dat Turia hier aan het werk is. Deze experimentele insteek en het feit dat hun furieuze black geïnjecteerd is met psychedelische rock (zoals in “Spiegel der eenvoudige zielen” dat naadloos aansluit op het eerste nummer), leidt tot deze uit-de-duizenden-herkenbare sound. Tekstueel gezien haalde Turia de mosterd bij de geschriften van Margareta Porete, een Franse mysticus uit de 13de en 14de eeuw. Door haar autonome eenheid met het goddelijke, en het omzeilen van het patriarchale gezag van de kerk, werd ze als een ketter beschouwd en vervolgens verbrand op de brandstapel. Deze split is een absolute aanrader voor fans van beide bands! We trokken eerder deze week al een paar welverdiende “negens” uit onze scorekast, en doen er daar met deze release nog twee bovenop.

JOKKE: 90/100 (Vilkacis: 90/100 – Turia: 90/100)

Vilkacis/Turia – Split (Altare Productions/Haeresis Noviomagi/Psychic Violence 2018)
1. Vilkacis – In the night’s grip
2. Vilkacis – Final march into flame
3. Turia – Tuchtroede
4. Turia – Spiegel der eenvoudige zielen

 

 

Uada – Cult of a dying sun

Het kan verkeren. Na jarenlang aan te modderen met het middelmatige Ceremonial Castings, besluit Jake Superchi er in 2014 het bijltje bij neer te gooien en Uada op te richten. Vanuit het niets katapulteerde deze nieuwe act zich met debuut “Devoid of light“, en diens gemakkelijke verteerbare melodieuze black gecombineerd met een van het Poolse Mgła gepikt imago, naar een internationaal publiek. De hamvraag is natuurlijk of dit een lucky shot was of dat Uada een blijvertje is. Daar waar “Devoid of light” met een dik halfuur speeltijd eerder een teaser was, krijgen we nu met “Cult of a dying sun” en haar vijfenvijftig minuten een bovengemiddeld lange plaat voorgeschoteld waarop Uada kan bewijzen geen eendagsvlieg te zijn. Het nieuwe werk borduurt alvast lekker verder op de voorganger en dan meer specifiek op diens geweldige afsluiter “Black autumn, white spring“. We krijgen met andere woorden goed in het gehoor liggende meloblack met epische toets te horen waarbij Dissection meermaals als referentie opduikt (check die tweede single “Snakes & vultures“), maar ook de meer traditionele invloed van een Judas Priest is hoorbaar, ondermeer in de titeltrack die verder ook wel héél erg hard aan Mgła doet denken. Jake perst een gevarieerd scala aan vocalen (rauw, hees, woest, hoge screams, grunts) uit zijn stembanden waarbij hij meermaals aan een huilende wolf doet denken. Wanneer zijn stem de diepte in gaat, ligt het timbre me wel minder. Halverwege de plaat vormt “The wanderer” een instrumentaal rustpunt waarin akoestische gitaren en rituele gezangen de sfeermakers zijn. Nadien volgen nog drie lange epische nummers waarbij vooral “Sphere (Imprisonment)” er bovenuit springt omdat de gitaartandem Jake Superchi/James Sloan zich hier kan uitleven in mooie solo’s en melodieuze gitaarharmonieën. De baspartijen van nieuwkomer Edward Halpin eisen hun plaats in de mix op en qua sound, die iets properder en transparanter is vergeleken met de voorganger, ligt enkel de makke en platte snaredrum mij minder goed. Wel châpeau voor drummer Brent Boutte die slechts kortelings voor de opnames de band vervoegde om de aan de kant gezette Trevor Matthews (Pillorian) te vervangen. Ondertussen heeft Brent Uada echter ook verlaten en treffen we Josiah Babcock (evenals Halpin ook actief in Sjukdom) op de drumkruk aan. Benieuwd hoe lang deze line-up het gaat volhouden tijdens de lange weg richting stardom? Criticasters zullen het anonieme imago van de band – ook ik heb het ondertussen wel gehad met de nageaapte zwarte-kap-over-het-hoofd presentatie van menig black metal band – perfect weten te rijmen met een gebrek aan eigen identiteit, maar wat Jake en zijn kornuiten laten horen doen ze wel goed (en professioneel). En ze krijgen extra punten voor het artwork, opnieuw van de hand van onze landgenoot Kris Verwimp, en vormgeving van de platen die piekfijn tot in de kleinste details uitgewerkt zijn. Benieuwd of het derde en laatste deel van de trilogie ook via het sympathieke Eisenwald zal uitkomen of dat de band in tussentijd door een groot label zal ingelijfd worden. Uada heeft immers alles in huis om het te maken, maar ik vrees dat de band de komende jaren wel verder richting mainstream festival-black zal opschuiven. Moest dit pessimistisch scenario zich voordoen hebben we natuurlijk wel nog twee uitstekende platen om op terug te vallen.

JOKKE: 84/100

Uada – Cult of a dying sun (Eisenwald 2018)
1. The purging fire
2. Snakes & vultures
3. Cult of a dying sun
4. The wanderer
5. Blood sand ash
6. Sphere (Imprisonment)
7. Mirrors

Mania – Reality is the true horror

Toen Wolves In The Throne Room met het magistrale “Two hunters” mijn wereld op zijn kop zette, begon ik als een gek alle Cascadian bands uit te checken. Zo kwam ik ook terecht bij het uit Oregon afkomstige Mania en haar plaat “The death of birth“. Erg ondersteboven was ik hier niet van maar de “selftitled” uit 2010 kon me met haar mix van ruwe old school black, ingetogen passages en doom al meer bekoren. Fast Forward naar Roadburn 2018. Door de grote verscheidenheid aan bands is het steeds keuzes maken op deze hoogmis van avontuurlijke heavy muziek. En kiezen is verliezen. Dit jaar was dat ondermeer het missen van Mania in de Cul de Sac want nadien hoorde ik niets dan superlatieven over diens set. De line-up is in de loop der jaren gereduceerd van een trio tot een éénmansband waarbij Nate Myers als enige overgebleven is. We kennen de man onder andere van de geweldige orkestjes Predatory Light, Vanum en Hell. Op het podium vertaalt dit eenmansgegeven zich tot zowat het tegenovergestelde van een band met drumcomputer. Achter een vijftal versterkers zónder instrumenten staat Meyers’ drumkit waarop hij alle ritmes uitperst terwijl hij alle overige instrumenten via een gesplitst signaal vanuit zijn laptop naar de amps stuurt. Moet een héél cool zicht geweest zijn naar ’t schijnt. Op aanraden van mijn vrienden ben ik zijn laatste nieuwe release dan maar aan de merchstand gaan oppikken. Omdat diskettes nu echt wel niet meer van deze wereld zijn (ik vraag me nog altijd af wat daarop zou staan), schafte ik “Reality is the true horror” op DIY cassette aan. Meteen valt op dat de korte, maar woeste opener “Getting nowhere” ook al op “Mania” te horen was terwijl de twee laatste nummers “No escape” en “No future” origineel ook op “The death of birth” verschenen. De overige zes tracks zijn spiksplinternieuw en zoeken opnieuw het spanningsveld op tussen ongepolijste en compromisloze black enerzijds en ingetogen passages anderzijds. Ingetogen betekent echter niet liefelijk in dit geval, want het instrumentale “Virion” wasemt toch een zeker horrorsfeertje uit. In het striemende, zeven minuten durende “Where is God?” splijten melodieuze gitaarsolo’s onze schedel in twee en dragen piano- en serene vioolklanken even later bij tot het schizofrene karakter van de muziek. “Endless state of decay” doet het zonder luide drums en maniakale screams, maar vormt middels gitaar, piano en viool een – zij het macaber – rustpunt op deze plaat met nihilistische en pessimistische kijk op de wereld. “Philosophy of desire” heeft dan weer meer weg van een instrumentale jam en vloeit naadloos over in “Black” waar de black metal elementen terug de overhand nemen en deze een triomfantelijk gevoel uitstralen (hier horen we dan ook subtiele invloeden van WITTR terug). Het oudje “No escape” mixt punky black met melodieuze doomleads en “No future” bevat dan weer progressiever en technischer gitaarwerk dat in combinatie met een synth-onderlaag naar Mare Cognitum neigt. Kortom, Nate Myers laat een gevarieerde sound horen op zijn vijfde langspeler die hier nog regelmatig door de boxen zal knallen.

JOKKE: 80/100

Mania – Reality is the true horror (Eternal Warfare Records 2018)
1. Getting nowhere
2. End everything
3. Virion
4. Where is God?
5. Endless state of decay
6. Philosophy of desire
7. Black
8. No escape
9. No future

Vilkacis – Beyond the mortal gate

We kennen Michael Rekevics van Yellow Eyes, Fell Voices, Vanum en Vorde maar natuurlijk ook van zijn soloproject Vilkacis waarmee hij na vier jaar met een opvolger voor “The fever of war” komt. “Beyond the mortal gate” werd het beestje gedoopt en draagt de spirituele oorlogsvoering uit die volgens Michael de essentie van black metal is. “Life lived in defiance, love illuminated by flame. War, war of the spirit. The winds shall remember my name.” en even later “The heavens will crumble and the masters will kneel, as I spit on the angels who beg at my feet.” horen we hem in “Defiance” uitschreeuwen. In een gesprek dat ik enkele jaren geleden met dit drumbeest had, gaf hij aan dat Vilkacis van al zijn projecten absoluut de meest moedwillig beperkte qua speelruimte is, met de nadruk op krachtige en elementaire melodieën, die de sleutel tot elke song vormen. Doorheen de simpele maar effectieve melodieën schemert een soort van gewelddadige romantiek die aanleunt bij de Canadese en Oekraïense black metal scene, minus de nationalistische gevoelens, vooral door de gitaren die meermaals als triomfantelijke blaasinstrumenten klinken. En in de riffs van “Spiritual retribution” horen we ook wel wat oude Sargeist terug. Innovatie of evolutie zijn begrippen die niet van toepassing zijn op Vilkacis waarbij alles draait om de ruwe en gepassioneerde expressie van elementaire back metal. En wie ben ik om hem tegen te spreken? Het oerkarakter van zijn muziek komt des te sterker over door de analoge opnames die “Beyond the mortal gates” een primitief karakter meegeven, zij het een tikkeltje properder dan het debuut en met de vocalen iets prominenter in de mix geplaatst. De lycantropische identiteit van Vilkacis uit zich niet alleen in het artwork en de teksten (“Wolf-eyed and feverish. With an unflinching stare. A vision beyond limits, unbound and free. Guided by blood red will.” aldus de meer dan tien minuten durende titeltrack) maar ook in de intensiteit van de black metal die Michael als een bezeten wolf brengt. Dat hij enerzijds een belezen man is die zorgvuldig met het schrijven van teksten omgaat en anderzijds erg serieus met zijn kunst bezig is (aanschouw dat maar eens live), wordt ook duidelijk met de tekstregels “Cut from the flesh of eternity, a rib torn from the flank of time. Stolen moments of will, desire, intention. Manifest immortality.” die voorbijkomen in “Boundless spell of realization” en waarbij er een duidelijke verwijzing is naar Genesis en de schepping van de mens. Het debuut was misschien nog net iets overweldigender en ongerepter, maar “Beyond the mortal gate” zal hier toch ook nog gretig aftrek vinden. Michael Rekevics moet zijn eerste slechte plaat nog maken, dat is duidelijk. En volgens mij gaat die er ook nooit komen.

JOKKE: 89/100

Vilkacis – Beyond the mortal gate (Psychic Violence Records 2018)
1. Snowfall by torchlight
2. Defiance
3. Sixty three
4. Spiritual retribution
5. Boundless spell of realization
6. Beyond the mortal gate