zweden

Marduk – Viktoria

Marduk is ongetwijfeld de hardst werkende en daardoor ook wel één van de meest populaire black metal bands – die ook daadwerkelijk nog black metal speelt – op onze aardkloot. De pantserdivisie is voortdurend de hort op om hun muziek op alle continenten – behalve Antarctica dan – te verspreiden en brengt de teller met “Viktoria” ondertussen al op langspeler nummer veertien (!). De Zweden zijn bovendien nog maar twee jaar verwijderd van een iconische dertigjarige carrière en dat zonder ook maar één hiatus. Persoonlijk is de band rond spilfiguur Morgan Håkansson één van mijn all time favorites; op plaat dan toch, want live ben ik van mening dat een tweede gitarist nog altijd van pas komt en dat ze hun ouder werk op het oorspronkelijke tempo moeten spelen in plaats van alles twee keer zo snel af te haspelen, wat ten koste gaat van de sfeer van de nummers. Maar we gaan het hier natuurlijk over “Viktoria” hebben, een plaat die qua thematiek in het verlengde ligt van het fantastische “Frontschwein” en dus weer talrijke oorlogstopics behandelt. In navolging van het recente Antifa-gedoe, maakt Morgan alvast het volgende statement: “Overall, I would say we have a fascination with the whole war machine. At least from my point of view, the Germans had the most fascinating machinery and equipment. Viktoria is not a standpoint, however. It’s just a reflection of history, the way it happened. With that in mind, it’s more interesting to write a soundtrack tied to specific historical events. Look at movies, for example. They’ve tackled both sides of World War II. So, Viktoria is more about history. Nothing more. Nothing less.” Op de thematiek na zijn er echter wel de nodige verschillen te merken ten opzichte van de voorganger. Ten eerste is er het simpele a-typische cover artwork. De zwart-witafbeelding van de soldaat op de hoes is van de hand van frontman Daniel “Mortuus” Rostén en is geïnspireerd op de propagandaposters van de “Reichspropagandaleitung” en de “Office of War Information“. Love it or hate it. Ten tweede is het gitaarwerk meer basic en gestript, vooral in de tragere nummers want hoewel de plaat slechts op een luttele 33 minuten afklokt, is “Viktoria” ondanks haar militaristische invalshoek geen “Panzer division Marduk” part II geworden en is het dus geen continu rammen en blazen dat de klok slaat. Alleen valt er geen enkel trager nummer te bespeuren dat kan toegevoegd worden aan hun geweldige mid-tempo back catalogue met krakers als “Accuser/Opposer“, “Imago mortis“, “Materialized in stone“, “Wolves“, “Temple of decay“, “Coram satanae” “Funeral dawn” en dan vergeet ik er nog wel een paar. Daarvoor zijn de riffs van “Tiger I” en “Silent night” nu eenmaal té simpel en niet spannend en uitdagend genoeg. Gelukkig zijn er natuurlijk ook nog de rampestampers waarvoor Marduk het meest gekend staat. Zo zijn “Equestrian bloodlust” met haar hoge, aan “Opus nocturne” refererende tom-fills en het pompende, naar het gitaarwerk van “Serpent sermons” teruggrijpende “The devil’s song” gelukkig enkele positieve uitschieters. En de titeltrack is met haar traag atmosferisch en bass-driven middenstuk een geslaagd experiment. Ten derde is er de productie (opnieuw zat bassist Devo achter de knoppen in zijn Endarker Studio) die, ondanks de old-school organische sound en analoge drums, iets te dun en open klinkt, maar het is vooral frontbeest Mortuus die voor zijn doen nog nooit zo vlak en eendimensionaal heeft geklonken. En het vocaal toonladder-fratske dat hij in “June 44” ten berde brengt, ergert me elke luisterbeurt mateloos. Voor de rest valt op die song echter weinig aan te merken. In de laatste song van de plaat bewijst hij gelukkig toch nog even waartoe hij met zijn verwrongen stembanden in staat is. Bij gebrek aan andere You-Tube video’s, post ik hieronder het korte, niemendalletjes “Werwolf” dat “Viktoria” opent. Het niveau ligt op de rest van de plaat gelukkig hoger, maar toch had hier veel meer ingezeten. Vergeleken met het vervaarlijke en beestachtige “Frontschwein” is “Viktoria” spijtig genoeg maar een mak lammetje. Victorie is te hoog gegrepen deze keer.

JOKKE: 75/100

Marduk – Viktoria (Century Media Records 2018)
1. Werwolf
2. June 44
3. Equestrian bloodlust
4. Tiger I
5. Narva
6. The last fallen
7. Viktoria
8. The devil’s song
9. Silent night

Advertenties

Musmahhu – Formulas of rotten death

De muzikale exploitaties van black metal veteraan Swartadauþuz heb ik leren kennen via mijn kompaan Cas. Ik verdiepte me in verscheidene bands waarvan dit heerschap als mastermind bestempeld kan worden en beleefde zo al talrijke fijne uren met ondermeer  Bekëth Nexëhmü, Azelisassath, Gnipahålan, Daudadagr, Urkaos, Trolldom en Mystik. De gemende deler van al deze bands is begeesterende en mysterieuze black metal, maar de Zweed blijkt nog veel meer in zijn mars te hebben. Onder de moniker Musmahhu creëert de man death metal die – zoals te verwachten en in lijn met zijn zwartgallig werk – wervelend en verrot klinkt en waarbij het lijkt alsof die uit de diepste spelonken van deze aarde naar boven borrelt. De zware onaards klinkende gitaarriffs verraden de Zweedse afkomst van onze held maar werden op tijd en stond door een dissonante mangel gehaald en door de krachtige productie komen ze aan als een vuist in een overvolle maag. Het bulderende mid-tempo “Apocalyptic brigade of forbidden realms” dendert met zijn rollende dubbele bassen en diepe grunts door de woonkamer terwijl “Formulas of rotten death” sneller doodsmetaal laat horen waarbij de blasts en wervelwindriffs rond je oren vliegen. Swartadauþuz is duidelijk van meerdere extreme markten thuis en heeft hopelijk nog meer verrotte doodsformules in petto. Proberen scoren die 7 inch!

JOKKE: 85/100

Musmahhu – Formulas of rotten death (Iron Bonehead Productions 2018)
1. Formulas of rotten death
2. Apocalyptic brigade of forbidden realms

Grá – Väsen

Hoewel “Where shadows forever reign“, de laatste Dark Funeral plaat, eigenlijk best te pruimen was, ben ik meer fan van Grá, de band waar huidig Dark Funeral zanger Heljarmadr sinds 2010 actief mee is in de meer ondergrondse regionen van de black metal scene. De twee vorige langspelers (“Grá” uit 2011 en “Ending” uit 2015) vinden dan ook nog regelmatig hun weg naar mijn stereo. Het concept over de dood dat op de trilogie, bestaande uit deze twee platen en de “Helfärd” EP uit 2010, werd geëxploreerd is afgerond en met een nieuw logo onder de arm is het nu tijd voor Grá 2.0 dat in de vorm van “Väsen” een derde langspeler op de mensheid loslaat. Het cover artwork van de hand van Axel Torvenius (Art director van de video game “Wolfenstein II: The new colossus“) boezemde mij eerlijk gezegd angst in omdat het een meer gotische/horror/comic-achtige richting liet uitschijnen, maar daar is gelukkig niets van aan. Opener “Till sörjerskorna” windt er immers geen doekjes om met haar klassieke second wave black metal inclusief innemende melodieën – een kunstje dat het Zweedse kwartet al sinds haar begindagen goed onder de knie heeft. De felle openingsriff van “King of decay” deelt een heuse pandoering uit en vormt mede door de snelle blastbeats misschien wel de meest heftige passage van het album. Vanaf “Hveðrungs mær” begint het meer en meer op te vallen dat Grá keyboards aan haar instrumentarium heeft toegevoegd, hoewel deze gelukkig nergens té veel op de voorgrond treden. Met de eerste single “Krig” daalt het tempo zienderwijze en hoewel de demoversie nog langer en monotoner was, vind ik hier Grá op haar best klinken. De stilte die tussen het uitroepen van de tekstregels “ja stinker av hat” en “jag rustar för strid” valt is oorverdovend en bijzonder effectief. In dit nummer grijpen de Zweden ook het meest terug naar de begindagen van “Helfärd“. Dat “Väsen” de meest gevarieerde plaat is waarin ook ruimte voor experimenteerdrift gelaten wordt, bewijzen “Gjallarhorn” met haar futuristische intro en cleane vikingkoren, het rockende en rollende “Dead old eyes” waarin tel- en maatwissels de boel spannend houden en het militant aandoende “The devil’s tribe” waarin de keyboards voor een horrorachtig sfeertje zorgen. De titeltrack sluit de plaat met haar beklijvende zwarte en akoestische klanken waardig af. Hoewel ik hun selftitled nog steeds onovertroffen vind, laat Grá zien dat het heel wat in haar mars heeft en klaar staat om door te stoten naar de hoogste echelons van de black metal scene.

JOKKE: 87/100

Grá – Väsen (Carnal Records 2018)
1. Till sörjerskorna
2. King of decay
3. Hveðrungs mær
4. Krig
5. Gjallarhorn
6. Dead old eyes
7. The devil’s tribe
8. Väsen

Saltas – Currents

Het Zweedse Salts werd vorig jaar in Göteborg onder de doopvont gehouden door C.J. (drums en zang) en N.R. (gitaar en zang), twee heerschappen die mekaar kennen van samenwerkingen in de entiteiten Irkallian Oracle en The Funeral Orchestra. In Saltas worden de kernelementen van beide bands samengesmolten en tot hun primordiale essentie herleid. De eerste vier songs die het duo schreef, horen we terug op de demo getiteld “Currents“. Dit is donkere en tergend zwaar klinkende minimalistische doom death waarbij het instrumentarium bewust bescheidener werd gehouden dan gangbaar is in het genre. In plaats van een gitaar en basgitaar te gebruiken en zo een voller geluidspectrum te creëren, opteerde Saltas voor één enkele gedowntunede baritongitaar. Over de pulserende low-end sustain van deze gitaar doen de (soms gelaagde) duovocalen van beide heren hun ding, waarbij dat in de elf minuten durende opener “Salt at the temple roots” klinkt als een morbide lokroep vanuit één of andere graftombe. Het niveau van het geniale Irkallian Oracle wordt verre van gehaald en de aandacht kan er ook niet de hele rit bijgehouden blijven. Daar zijn de tempo’s me iets te traag en de riffs niet bijzonder genoeg voor. We spreken hier natuurlijk nog maar over de oerfase van de band die nog veel ruimte voor groei laat horen. Ondertussen staat de tweede demo “Parasites” (waarvan één nummer reeds kan beluisterd worden op Saltas’ Bandcamp-pagina) al in de startblokken. Hier wordt het tempo héél lichtjes opgetrokken wat meteen voor meer schwung zorgt en daardoor ook beter verteert.

JOKKE: 65/100

Saltas – Currents (Nuclear War Now! Productions 2018)
1. Salt at the temple roots
2. Fractals from the lower flesh
3. XII nerves decay
4. Currents from the astral darkness

Elände – Dödens rike

Elände is een trio dat opereert vanuit het Zweedse Göteborg en mijn aandacht trok omdat drumster Trish (ex-Asagraum, ex-Isvind, ex-Nattefrost, ex-Djevelkult) als vellenmepster actief is in de band. Na een demo en een split met Svärta brachten de heren en dame recent hun eerste langspeler “Dödens rike” uit, een plaat die in een half uur tijd de oude black metal dagen van midden jaren negentig doet herleven. In een song als “Det ögat döljer” moet ik qua sound (rauw maar eigenlijk vrij warm) en atmosfeer terugdenken aan de Thy Primordial plaat “Under iskall trollmåne“, hoewel de prominent aanwezige vocalen van gitarist Ve wel bijtender en snijdender zijn. En wanneer Trish het tempo omhoog jaagt, hoor ik ook wel wat Setherial ten tijde van hun debuut “Nord…” terug. Mid-tempo songs zoals opener “Blodmåne” en sneller werk in de vorm van het aanstekelijke “Preludium” en “Gengång” gaan hand-in-hand en er wordt soms ook binnen eenzelfde nummer met sterk uiteenlopende tempo’s gespeeld. Zo start “Det ögat döljer” met een simpele maar effectieve rockende riff alvorens het tempo en de gitaren snediger worden. Hoewel de meeste songs compact van opzet zijn, is er af en toe ruimte voor een akoestische passage, maar het meest nadrukkelijk komen de akoestische snaren aan bod in het zeven minuten durende “In i tomheten” dat erg slepend van opbouw is en waarbij een in-een-loop-gezette-melodie de melancholische toon minutenlang zet. Alzo komt er een mooi einde aan een fijne plaat die absoluut niets nieuws onder de zon laat horen maar liefhebbers van midden jaren negentig (Zweedse) black – zonder Dissection invloeden deze keer – absoluut zal kunnen bekoren.

JOKKE: 80/100

Elände – Dödens rike (Craneo Negro Records 2018)
1. Varsel
2. Blodmåne
3. Preludium
4. Den värld som var
5. Invokation
6. Det ögat döljer
7. Gengång
8. In i tomheten
9. Stillhet

Necrophobic – Mark of the necrogram

Het Zweedse Necrophobic heeft ondanks haar lange carrière (de band werd in 1989 opgericht!) altijd wat in de schaduw van grotere acts als Dissection, Dark Funeral en Watain gestaan. Om één of andere reden heb ik de band nooit op de voet gevolgd waardoor maar een paar platen me goed bekend zijn. Met het nagelnieuwe “Mark of the necrogram” presenteren drummer Joakim Sterner – die er reeds van in het begin bij is -,  de sinds 2016 teruggekeerde gitaartandem Sebastian Ramstedt en Johan Bergebäck, bassist Alex Friberg en zanger en oudgediende Anders Strokirk – die te horen was op het debuut “The nocturnal silence” – hun achtste langspeler die een schot in de roos is. Of de terugkeer van Anders er voor iets tussen zit, weet ik niet maar de nieuweling doet me erg denken aan de eerste twee (en voor mij meest bekende) platen ook al is de productie natuurlijk moderner (en voor sommigen waarschijnlijk té afgelikt). Het kwintet klinkt gedreven en laat de ene na de andere overtuigende song op de luisteraar los. De melodieuze gitaarriffs van de titelsong zetten de vlam meteen in de pan en doen op vocaal gebied ook denken aan Naglfar, hun landgenoten die in hetzelfde vaarwater opereren. De toegankelijkheid van het aanstekelijke, met overduidelijke Dissection harmonieën doorspekte “Tsar bomba” valt niet te ontkennen en bezit het nodige hitpotentieel om de band tot bij een breder publiek te brengen. Hierna volgen de nummers “Lamashtu” en “Sacrosanct” die er qua hitgevoeligheid bijna lijnrecht tegenover staan en meer black metal invloeden laten horen, hoewel melodieuze riffs en harmonieuze gitaarsolo’s ook hier alomtegenwoordig zijn. “Requiem for a dying sun” legt het meeste dynamiek aan de dag en klinkt mede daardoor epischer en dreigender. Het felle, uptempo “Crown of horns” is opnieuw erg schatplichtig aan Dissection of je dat nu erg vindt of niet. “From the great above to the great below” vat nog eens samen waar Necrophobic anno 2018 (en eigenlijk al heel haar carrière lang, zo leerde me het dieper uitpluizen van hun discografie) voor staat: melodieus/extreem metalgeweld van de bovenste Zweedse plank.

JOKKE: 85/100

Necrophobic – Mark of the necrogram (Century Media 2018)
1. Mark of the necrogram
2. Odium caecum
3. Tsar bomba
4. Lamashtu
5. Sacrosanct
6. Pesta
7. Requiem for a dying sun
8. Crown of horns
9. From the great above to the great below
10. Undergången

Veiled – Black celestial orbs

Soms is het nodig om het roer om te gooien en een nieuwe doorstart te maken. Dat dacht ook de Amerikaan Nathan Verschoor ofte Niðafjöll na het verschijnen van twee EP’s en een split van zijn band Gnosis of The Witch – die hij samen met drummer Swartadauþaz vormde – met het Zweedse Grá in 2015. De energie in de band veranderde en de nieuwe moniker Veiled werd gekozen. Dit resulteerde in de “Omniscient veil” demo die nog hetzelfde jaar verscheen en waarop de band mysterieuze en majestueuze black metal liet horen die eigenlijk bar weinig verschilde ten opzichte van de oude band. Ondertussen rekruteerde Niðafjöll de nieuwe Zweedse vellenmepper Dimman (Grá, Cursed 13, When Nothing Remains) en werkte het duo samen met  producer en engineer Heljarmadr (Dark Funeral, Grá, Cursed 13) aan het volwaardige debuut dat er nu in de vorm van “Black celestial orbs” ligt. Op geluidstechnisch niveau klinkt deze langspeler beter en moderner dan de demo maar op muzikaal vlak komt het woord “modernisme” niet in het woordenboek van de Amerikaan en de Zweed voor. Er wordt gemusiceerd met een dikke vette knipoog naar de tijdloze Scandinavische black metal van de vroege jaren negentig. Melancholische echo’s zinderen doorheen de trance-opwekkende repetitieve riffs (“Portal“), de niet aflatende stroom tremelo’s en de snelle knuppelpartijen waarbij deze luisterbeurt na luisterbeurt meer van hun geheimen prijs geven. Er is amper notie van afzonderlijke tracks waardoor het lijkt alsof er veertig minuten lang in crescendo wordt gewerkt wat uiteindelijk uitmondt in het epische tweeluik “Black celestial orbs” dat de plaat op gepaste wijze afsluit. Het tweede deel verzorgt de rol van outro waarbij clean gitaargepingel en een heldere sprekende mannenstem voor een zwaar gemoed zorgen…extreem passend bij het droevige regenweer van deze dagen. Hoewel hetzelfde kunstje heel de tijd lang aan de basis herhaald lijkt te worden weet Veiled ook verrassend uit de hoek te komen door de riffmaalstroom plots te laten voor wat het is. In opener “Luminous” resulteert dat in een stukje waarbij een zwaar overstuurde basgitaar en de drums even alle aandacht opeisen en in het eerste deel van de titeltrack in een jazzy aandoend intermezzo. Knap debuut van een band om in ’t oog te houden!

JOKKE: 83/100

Veiled – Black celestial orbs (Iron Bonehead Productions 2018)
1. Luminous
2. Portal
3. Enshrouded
4. Omnipotent
5. Black celestial orbs I
6. Black celestial orbs II