zweden

Svartsyn – In death

Het leven van een black metal band is – gelukkig misschien – niet altijd rozengeur en maneschijn, vraag dat maar eens aan Ornias, bandleider van Svartsyn. De Zweed kreeg de afgelopen vijfentwintig jaar af te rekenen met heel wat line-up wissels, allerhande issues met platenmaatschappijen en recent ook gezondheidsproblemen, maar dat kreeg de man niet klein. In de schaduw van de meer bekende bands, bracht Svartsyn gestaag albums uit die de middelmaat steeds ruimschoots overstegen met “Timeless reign” uit 2007 als voorlopig hoogtepunt. Een geboren hartafwijking zorgde ervoor dat het leven van Ornias een tijdje aan een zijden draadje heeft gehangen, maar deze ervaringen leverden wel de ideale voedingsbodem voor de “Black testament” plaat uit 2013 en de “Nightmarish sleep” EP uit 2014. Het spirituele doel van Svartsyn is dus eerder doodsgeur en maneschijn wat zich ook vertaalde naar de nagelnieuwe – alweer negende – langspeler simpelweg “In death” getiteld. Voor de drums kon Ornias voor de derde keer op rij beroep doen op onze landgenoot Hammerman, vellenmepper bij onder andere Fractured Insanity en Gotmoor. Dat deze jongen een aardig potje kan drummen, bewijst opener “Seven headed snake” vanaf de eerste seconde, want wat een muilpeer krijgen we heer meteen te verwerken zeg! Naast verschroeiende riffs en blasts weet Svartsyn echter ook spannende mid-tempo secties in de songs in te bouwen, om het geheel spannend te houden. Qua donkere sound en grimmige, haatvolle sfeer grijpt de plaat terug naar “Timeless reign” en dat kan ik alleen maar toejuichen. Zoals steeds is de Svartsyn-aanpak er één zonder overbodige franjes en tierlantijntjes; zang, gitaar en drums volstaan om een pure, gitzwarte duisternis te creëren. Het niet voortdurend in vier-vier musiceren en creatief omspringen met telwissels (o.a. “Inside the white mask” en “Exile in death“), maakt de Svartsyn sound bovendien nog nét dat tikkeltje interessanter. Uitschieters vallen er niet meteen te noteren, “In death” laat zich meer als één samenhangend geheel beluisteren. Dit is second wave black metal zoals ie bedoeld is.

JOKKE: 85/100

Svartsyn – In death (Agonia Records 2017)
1. Seven headed snake
2. Dark prophet
3. With death
4. Inside the white mask
5. Wilderness of the soul
6. Black thrones of death
7. Exile in death

Abigor/Nightbringer/Thy Darkened Shade/Mortuus – Split

Hij is lang in de maak geweest, maar uiteindelijk is de langverwachte split tussen Abigor, Nightbringer, Thy Darkened Shade en Mortuus een feit. Met respectievelijk Oostenrijk, de Verenigde Staten, Griekenland en Zweden als uitvalsbasis is de geografische spreiding van deze vier bands enorm uitgestrekt. En hoewel elk van deze black metal acts voor een eigen radicale interpretatie van “The Left Hand Path” staat en er een specifieke theologische achtergrond op nahoudt, is er toch een gemeenschappelijke deler tussen hen. Eigenlijk krijgen we één song te horen die op 42 minuten afklokt en waarbij elke participant een deel – simpelweg naar de uitvoerder vernoemd – voor zijn rekening neemt en de tekst doorheen de vier delen vloeit. Abigor bij de spits af. Ik heb het altijd al moeilijk gehad om deze Oostenrijkers te doorgronden en zelden viel het kwartje. Ook nu zijn ze duidelijk de meest avant-gardistische van de vier want wat ze twaalf minuten lang laten horen, springt echt van de hak op de tak: van jazzy en proggy stuff over theatraal gedoe tot krankzinnige black metal. Abigor klinkt hier bijna als een Opeth met een zwart randje. Dit gaat zowat overal naartoe behalve naar mijn gelukshormoon, want hier kan ik niet veel mee aanvangen. En hoewel Nightbringer ook een zekere theatraliteit en majestueusheid uitdraagt, klinkt hun bijdrage veel meer echt voor de raap en is hun blastende sinistere black meer dan welkom na het zenuwslopende Abigor. De snerpende gitaarleads klinken onmiskenbaar als Nightbringer en de innemende vocalen van Naas Alcameth blazen de tenenkrommende cleane zang die we bij Abigor hoorden aan frut. Benieuwd naar het nieuwe “Terra damnata” dat volgende maand zal verschijnen. Bij Thy Darkened Shade draait het om melodieus riffwerk dat met de nodige techniciteit uit de snaren getoverd wordt. De Griekse sound komt duidelijk naar voor en naast beukwerk is er ook plaats voor akoestische gitaren en een neo-klassiek piano-intermezzo. Naar het einde toe passeert er ook nog wat koorzang alvorens Mortuus een einde mag breien aan het geheel. Bij de Zweden gaat het tempo serieus de dieperik en krijgen we een bezwerend en repetitief, sacraal klinkend stuk muziek binnen. Er valt heel veel te beleven op deze split want elke band kleurt op zijn eigen manier buiten de lijntjes van het genre. Ieder zal hier natuurlijk zijn persoonlijke favoriet hebben. Voor ondergetekende trekt Abigor echter de gemiddelde score naar beneden. De bands brengen deze split in eigen beheer uit maar in Europa staan World Terror Committee en Avantgarde Music in voor de officiële distributie.

JOKKE: 77/100 (Abigor: 60/100 – Nightbringer: 80/100 – Thy Darkened Shade: 82/100 – Mortuus: 84/100)

Abigor/Nightbringer/Thy Darkened Shade/Mortuus – Split (World Terror Committee/Avantgarde Music 2017)
1. Abigor
2. Nightbringer
3. Thy Darkened Shade
4. Mortuus

Panphage – Drengskapr

De Zweed Fjällbrandt wist me met zijn promofoto voor zijn éénmansband Panphage serieus op het verkeerde been te zetten. De bivakmuts deed me eerst vermoeden dat ik met een soort van war/terror/bestial-metal band genre Nyogthaeblisz van doen had. Hij zou evenzeer voor een IS-strijder kunnen doorgaan, zij het niet dat hij een akoestische gitaar ter hand houdt in plaats van een decapitatiezwaard…hoewel een beetje googlen laat zien dat hij toch ook wel wat (gezonde?) interesse in vuurwapens heeft. Na een tiental demo’s en splits die via het obscure Ætergap Productions de wereld ingeknald werden, wist Nordvis Produktion de man in te lijven en verscheen in november vorig jaar album nummer twee getiteld “Drengskapr“. De plaat vertelt het verhaal van Grette Asmundsson, een gekende outlaw uit oude IJslandse sagen. Hoewel de sound gerust de labels “ruw” en “primitief” opgeplakt mag krijgen en de rammelende computerdrums in de opener even de wenkbrauwen deden fronsen, wringt een zekere oude folklore zich al snel doorheen de zwarte vervuilde poriën van de songs naar de oppervlakte. Hoewel hier geen grote gitaarcapriolen uitgehaald worden, schudt Fjällbrandt de ene na de andere hook uit zijn mouw en zorgen de plechtige vikinggezangen en folky melodieën voor meeneuriebare oorwürmen die dagenlang blijven nazinderen. Interlude “Glamsyn” is honder procent folk en de meanderende keyboards weten een soort van staat van rust te brengen. Dit gevoel voor melodie had ik dus in de verste verte niet zien aankomen afgaande op de visuele presentatie van de man. Fjällbrandt klinkt gemeend en overtuigend in zijn barbaarse vocalen en weet met het opzwepende “Utlagr” mijn hartslag enkele slagen te verhogen en opnieuw stuwen de woeste Bathory-esque koren mijn vuist de lucht in. De rock’n roll grooves hebben soms ook wel wat weg van een Windir of Vreid, terwijl de ijskoude riffs en blast beats van “Drangey” een duidelijke Arckanum-feel uitstralen. Ook bij de negen minuten overvalste Bathory heroïek van “Blodshämd” zit je onbewust mee te “ooohooohooo-en“. De jaren negentig herleven met deze plaat die overigens niet voor iedereen geschikt zal zijn, maar probeer doorheen de productie te luisteren en ontdek een boeiende, nostalgische trip down memory lane. Wie interesse heeft in het oude materiaal van de man – dat nóg ruwer van aard is – kan met de dubbele verzamelaar “Genom konst & krig” in één klap meer dan dertig nummers binnenhalen, goed voor meer dan twee uur luisterplezier. Is het trouwens al iemand opgevallen hoeveel het logo weg heeft van dat van Danzig?

JOKKE: 85/100    

Panphage – Drengskapr (Nordvis Produktion 2016)
1. Gettir Àsmundarsonar
2. Landrensningen
3. Glam rider husen
4. Glamsyn
5. Utlagr
6. Drangey
7. Blodshämd

Murg – Gudatall

Met “Varg & björn“sloeg het Zweedse duo Murg vorig jaar een serieuze wak in het frosty black metal landschap. De band was meteen ook één van de verrassingen van 2015 en slaat op de valreep van dit jaar plotsklaps nogmaals spijkerhard toe met opvolger “Gudatall“, die ondanks de korte tijdspanne tussen de twee releases allesbehalve als een haastklus klinkt. Nog steeds zullen de Zweden geen Nobelprijs voor originaliteit in de wacht slepen, maar daar zit ook niemand op te wachten als je in staat bent om alle ingrediënten van old school jaren negentig Noorse meloblack met dergelijke bevlogenheid weet te brengen. Wie Taake of oude Gorgoroth in de platenkast heeft staan, kan deze Murg zonder verpinken aan de collectie toevoegen en ik durf zelfs zonder blikken of blozen te zeggen dat Murg de laatste releases van deze bands met gemak weet te overtreffen. De grootse, pakkende melodieën zijn in overvloed aanwezig en stormen in monumentale songs gletsjergewijs op je af. De ene keer met een subtiele folky ondertoon (“Den siste i brödraskapet“) – zonder dat er fluitjes en dergelijke aan te pas komen – de andere keer verpakt als een rauwe rifforkaan (hoogtepunt “Mästarens resa i mörkret” of “Vargens ständiga vakan“). Dit is zo’n knaller van een plaat waar eigenlijk niet al te veel woorden aan vuil gemaakt dienen te worden. Gewoon opzetten en (kopje) ondergaan (in een frosty ijsbad).

JOKKE: 87/100

Murg – Gudatall (Nordvis produktion 2016)
1. Gudatall
2. Sorgeblot i gångarna
3. Djupt ner, där frosten inte biter
4. Den siste i brödraskapet
5. Mästarens resa i mörkret
6. Vargens ständiga vakan
7. Midnattsmässan
8. Törstens kval

Katatonia – The fall of hearts

Oneindig veel respect voor de heren Anders “Blakkheim” Nyström en Jonas Renkse, het duo dat reeds vijfentwintig jaar lang het kloppend hart en vaste kern van de “Zweedse heersers van de melancholie” Katatonia vormt. Het is immers niet elke band gegeven om met je elfde volwaardige langspeler (nog steeds) een dijk van een plaat af te leveren. De vraag is of dit een nieuw ijkpunt in hun discografie gaat worden net zoals de platen “Brave murder day” uit 1996 en “The great cold distance” uit 2006? Die eerste vormde het hoogtepunt uit de doom/death periode van de band, terwijl de andere het absolute meesterwerk is dat werd afgeleverd met de klassieke bezetting van de band met, naast de reeds eerder genoemde heren, ook de broertjes Norrman en drummer Daniel Liljekvist in de line-up. Na dit album werd de band geconfronteerd met het vertrek van enkele leden en had voornamelijk meneer Blakkheim last van een writers block. Met “Dead end kings” uit 2012 werd dan ook het minste album uit de carrière van de Zweden afgeleverd. Het kwintet probeerde hier té progressief uit de hoek te komen en er stond best een aantal zaaddodende songs op de plaat. Vervolgens deden ook my personal drum hero Daniel Liljekvist en gitarist Per “Sodo” Eriksson een stapje terug waardoor Anders en Jonas voortaan enkel nog met Sodo op de planken staan als ze van jetje geven met Bloodbath. Ik hoopte uit de grond van mijn hart dat de band niet nóg verder het progressieve pad zou bewandelen of – indien dit toch het geval zou zijn – de songs terug overtuigender zouden zijn. Welnu, inspiratie was er duidelijk voldoende tijdens het schrijfproces van “The fall of hearts”, want zelfs zonder de bonus tracks klokken de twaalf songs af op zevenenzestig minuten pure melancholie en pakkendheid. Bovendien staan er een vijftal songs op de tracklist die de zesminutengrens overschrijden, iets wat we de laatste vijftien jaar niet meer van hen gewend waren. Hoewel alle songs duidelijk de gekende Katatonia kwaliteitsstempel dragen en er links of rechts wel al eens een eigen oude melodie of zanglijn gerecycleerd worden, werd er wel voor voldoende afwisseling gezorgd waardoor de plaat geen seconde verveelt. De sound zit bovendien volgepropt met allerhande zangeffecten, ambientlagen, biepjes en bliepjes, percussie, akoestische gitaren, piano, keyboards, orgels en strijkers waardoor een erg rijk universum ontstaat dat de songs verdere inkleuring verschaft (denk nu echter niet met van die tenenkrommende symfonische metal te maken te hebben). In opener “Takeover” zorgen de postrockgitaren meteen voor een eerste portie kippenvel. Naast progressiever (maar niet geforceerd klinkend) werk zoals “Residual” of het afsluitende “Passer” staat er ook een aantal vlotter in het gehoor liggende nummers met pakkende melodie op het album (o.a. “Serein”, “Old heart falls” en “Last song before the fade”). In “Decima”, het Keltisch aandoende “Pale flag” en het mij-keer-op-keer-in-een-gelukzalige-state-of-mind-vervoerende “Shifts” wordt wat gas terug genomen, maar de groovende dubbele basdrums en zware gitaren in “Sanction”, “Serac” en “The night subscriber” bewijzen dat Katatonia toch nog steeds als metal band gecategoriseerd mag worden. Nieuwbakken drummer Daniel Moilanen (o.a. ex-Engel) laat zien een waardige (en eigenlijk nóg straffere) opvolger te zijn van de andere Daniel en timmert elk gaatje dicht met creatieve fill ins en avontuurlijk drumwerk. Gitarist Roger Öjersson (ex-Tiamat) vervoegde de band net te laat om nog actief aan het schrijfproces deel te nemen maar leverde toch nog enkele gitaarsolo’s aan op de opener, afsluiter en “Serac”. Tip: probeer de prachtig vormgegeven boxset te bemachtigen, dé enige manier om ook aan drie van de vier bonus tracks te geraken. Enkel de Judas Priest cover “Night comes down”, die exclusief voor de Jappen werd gereserveerd, ontbreek je dan. Zoals we van Katatonia gewend zijn, zitten tussen hun bonussongs of B-kantjes ook regelmatig regelrechte pareltjes, zoals deze keer het geval is met het in het Zweeds gezongen (primeur!) licht electronische “Vakaren”, iets wat van mijn part in de toekomst nog meer mag gebeuren, want hoe cool klinkt die taal niet?! Jonas zingt trouwens op de hele plaat weer de pannen van het dak; wat een innemende stem heeft die man toch. Kortom: na de tegenvallende voorganger is “The fall of hearts” een erg geïnspireerd en afwisselend album geworden waar ik zelfs tijdens de tiende luisterbeurt nog met open mond naar zit te luisteren! Gaat dit het nieuwe ijkpunt uit Katatonia’s progressieve periode worden of zouden ze dit album nog weten te overklassen in de toekomst?

JOKKE: 95/100

Katatonia – The fall of hearts (Peaceville Records 2016)
1. Takeover
2. Serein
3. Old heart falls
4. Decima
5. Sanction
6. Residual
7. Serac
8. Last song before the fade
9. Shifts
10. The night subscriber
11. Pale flag
12. Passer
13. Vakaren (bonus)
14. Sistere (bonus)
15. Wide awake in quietus (bonus)

Deströyer 666 – Wildfire

Mijn favoriete Aussi band Deströyer 666 slaat na een afwezigheid van zeven jaar (de single “See you in hell” even niet meegerekend) keihard terug met het op alle fronten sublieme “Wildfire”. De term “Aussie” dekt echter de lading niet meer volledig vermits bandleider K.K. Warslut zich omringt met strijdgenoten die niet Australië, maar Zweden en Engeland als bakermat hebben, terwijl ons beste oorlogssletje al enkele jaren in Nederland woonachtig is. Wat ik zo fantastisch vind aan Deströyer 666 is dat hun opzwepende rechttoe rechtaan black/thrash/speed metal opgesmukt is met pakkende melodieën en meeslepende gitaarsolo’s die meermaals teruggrijpen naar Metallica ten tijde van “Kill ‘em all”. De balans woog met het uitzinnige “Traitor”, de titeltrack die uit één waanzinnig lange solo lijkt opgebouwd te zijn en het “gaan met die banaan”-gehalte van “Die you fucking pig” nog nooit zo sterk door naar de speed/thrash metal kant en hoewel ik doorgaans het groengespikkeld vliegend schijt krijg van die ballen-tussen-de-portier-van-de-porsche-hoge-uithalen komen Warslut en Co er verbazingwekkend goed mee weg wanneer deze (zij het spaarzaam) de revue passeren. Voorts ademt deze plaat seks, drugs & rock ’n roll uit. De geneugten des levens komen onder andere aan bod in “Hymn to dionysus” en “White line fever” en het rock ’n roll deel slaat natuurlijk op de aanstekelijke, meermaals meezingbare (“Live and burn”) ongebreidelde brok muzikaal geweld die op de luisteraar afgevuurd wordt. Het midtempo “Hounds at ya back” wisselt naar-grandeur-neigende-en-Immortal-riekende riffs af met een meerstemmig meebrulrefrein. De statische maar grootse melodielijn van “Hymn to dionysous” in afwisseling met full speed ahead metal maken van dit nummer het hoogtepunt van de plaat. Ook meer epische songs hebben hun weg naar de plaat gevonden in de vorm van het instrumentale “Artiglio del diavolo” en de met cleane zang (en aanstekelijke “oooo ohooo’s” die nog urenlang blijven nazinderen) doorspekte hekkensluiter “Tamam shud”, wat een Perzische uitdrukking voor “het einde” is. Hopelijk slaat dit niet op de activiteit van de band, want met “Wildfire” staat Deströyer 666 opnieuw vooraan de linie. Met net geen veertig minuten speeltijd is “Wildfire” misschien een mager beestje qua lengte (zeker na zo’n lange koelkastperiode), maar dat wordt qua uitzinnige en fantastische muziek volledig gecompenseerd. Laten we hopen dat het niet opnieuw zo lang wachten is vooraleer Destroÿer 666 met een opvolger op de proppen komt. Wat een zalige band blijft dit toch!

JOKKE: 90/100

Destroÿer 666 – Wildfire (Season Of Mist 2016)
1. Traitor
2. Live and burn
3. Artiglio del diavolo
4. Hounds at ya back
5. Hymn to dionysus
6. Wildfire
7. White line fever
8. Die you fucking pig
9. Tamam shud

Irkallian Oracle – Apollyon

Het Zweedse Irkallian Oracle speelt occulte death metal van de zwaarste en donkerste soort. Debuut “Grave ekstasis” uit 2013 klonk veelbelovend en de anonieme line-up droeg bij aan de mysterieuze nevel die rond deze band hangt. Typisch voorbeeld van een entiteit waarbij het collectief voorrang heeft op de individuen die er deel van uitmaken. Opvolger “Apollyon” gaat verder waar “Grave ekstasis” ophield en zoekt de extremen nog verder op. Middels loodzware doom/death riffs, voortdenderende donderdrums en diepe growls sleurt het gezelschap de luisteraar mee naar de meest bodemloze dieptes van ons onderbewustzijn. Qua thematiek wordt de zon als actieve bron van licht, voorspellingen en openbaringen bezongen, daar waar het debuut eerder geassocieerd werd met de maan. Doordat “Apollyon” (de Griekse naam voor Abaddon, het spirituele wezen dat in Christelijke apocalyptische theologie staat voor de vernieler) echter donkerder en duisterder klinkt dan haar voorganger lijkt dit misschien ironisch, maar het is niet omdat een album thematisch gezien over de zon handelt dat er geen sprake kan zijn van een gitzwart aura (neem bijvoorbeeld die laatste plaat van Secrets Of The Moon er nog maar eens bij). Het uitmuntende artwork van de Mexicaan David Herrerias, die onder andere ook reeds de laatste platen van Nightbringer en Akhlys visualiseerde, versterkt de bezongen thematiek. Het loont zeker de moeite om zijn occulte schilderijen eens op te zoeken, want dat zijn stuk voor stuk duivelse meesterwerkjes. De zes songs die “Apollyon” vormgeven zijn iets meer gefocust en gestructureerd dan op het debuut, waar de band nog wat zoekende was naar de juiste formule. Met een gemiddelde speelduur van acht minuten zijn de nummers weliswaar nog lang maar toch iets compacter geworden. Dat is echter zonder rekening te houden met afsluiter “At the graveyard of gods”, want met deze kolossale track krijgen we een finaal pak rammel van ruim twintig minuten toegediend, waarbij de laatste acht minuten weliswaar uit onheilspellende ambient en drone opgetrokken zijn. De productie mag dan misschien ietwat aan de doffe kant zijn, maar laat dit de pret absoluut niet drukken, want deze sound past deze vorm van onheilspellend doodsmetaal als gegoten en staat mijlenver verwijderd van alle techneuten- en ingenieurs-death metal. Deze plaat past in de categorie “zwaar – zwaarder – zwaarst” onder de laatste noemer waar zich ook collega’s Grave Miasma, Antediluvian en Adversarial bevinden. De Conan van de death metal als het ware.

JOKKE: 85/100

Irkallian Oracle – Apollyon (Nuclear War Now Productions 2016)
1. Reflections
2. Conjuring the expulsed
3. Sol
4. Elemental crucifixion
5. Apollyonic enstasis
6. At the graveyard of gods