zwitserland

Antiversum – Cosmos comedenti

In het pop- en rockcircus is het dikwijls de frontman/-vrouw die in de schijnwerpers staat en met alle aandacht gaat lopen. In het black metal-wereldje lopen er ook zo van die bands rond hoewel de afgelopen jaren steeds meer en meer anonieme entiteiten boven water kwamen waar de band belangrijker is dan de som van de individuen die er deel van uitmaken. Het Zwitserse Antiversum is zo’n band waarbij de identiteit van de leden een waar staatsgeheim is maar een gemeenschappelijke nihilistische kijk op het universum de gemende deler vormt. Vijf jaar na de oprichting in 2010 werd een eerste demo uitgebracht en nu is het tijd voor het volwaardige debuut getiteld “Cosmos comedenti“. Er prijken slechts vier songs op de tracklist die tezamen op achtendertig minuten speeltijd afklokken en waarin we een amalgaam aan kosmosvernietigende black, doom en death metal over ons heen gestuwd krijgen met links en rechts de nodige dissonante klanken. Hier geen doffe ellende zoals we bij soortgelijke bands wel al eens aantreffen, maar een vrij transparante mix waarin alle instrumenten duidelijk van mekaar te onderscheiden zijn. Haaks op de interessante muzikale audiomaalstroom staat echter een zaaddodende, saaie van galm voorziene grunt waarin geen greintje afwisseling te horen valt. Gelukkig zijn er voldoende lange instrumentale passages waar de zanger zijn klep houdt en je een pandoering geven. Wie een referentiekader wil: Irkallian Oracle, Kosmokrator en Grave Miasma.

JOKKE: 79/100

Antiversum – Cosmos comedenti (Invictus Productions 2017)
1. Antinova
2. Creatio e chao orta est
3. Cosmos comedenti
4. Nihil ad probandum

Bölzer – Hero

De debuutplaat van het Zwitserse Bölzer lijkt haar groep volgelingen in twee te splitsen zoals Mozes dat lang geleden deed met de Rode Zee. Het ene kamp lijkt de gedeeltelijk vernieuwe richting – waarbij er vooral op vocaal gebied veel geëxperimenteerd wordt met cleane zang – wel te appreciëren, terwijl lijnrecht daarover de kritikasters staan die roepen dat het duo een voorbeeld is van een band die het predikaat “enkel de demo en EP’s zijn goed” waar maakt. Zelf vond ik de hetse die er rond Bölzer ontstond ten tijde van de “Aura” en “Soma” EP’s lichtelijk overdreven, hoewel ik wel verbaasd was over de sound die deze twee beren (zanger/gitarist KzR valt te vergelijken met een imposante grizzley en drummer HzR eerder met een reuzen teddy met hoog knuffelgehalte) wisten te produceren op plaat, maar live jammer genoeg niet altijd konden waarmaken. Bölzer tourde veel, deed stug haar ding en trok zich geen zak aan van de druk van buitenaf, waardoor er uiteindelijk acht jaar na oprichting pas een volwaardige debuutplaat afgeleverd wordt. “Hero” staat voor een driekwartier durende dosis heroïsche death metal die bulkt van de dynamiek door naar-sludge-neigende heavy riffs af te wisselen met galopperende drumritmes en sporadische blastbeats, onder andere mooi samengevat in het titelnummer. De esoterische thematiek en atmosfeer die neergezet worden in de intro, intermezzo en outro, maar ook in de muziek verweven zijn, creëren bovendien ook een black metal-achtig sfeertje. Er is een duidelijke shift merkbaar van op-centrale-riffs-gebaseerde nummers naar een meer melodisch en grootser geluid, dat ook bewerkstelligd wordt door de grootse, meer transparante productie van de plaat. En ook al is die kolossale in your face heaviness wat meer naar de achtergrond verdwenen, toch bevat de plaat nog steeds enkele platwalsende riffs zoals in “The archer” of “Phosphor” maar ook meer heroïsche gevoelens (zoals in het reeds eerder aangehaalde titelnummer) komen aan bod. En hoewel het grote aandeel cleane vocalen voor velen een struikelblok lijkt te vormen, kan ik deze wel smaken. Zeker de bezwerende manier waarop ze bijvoorbeeld de aanloop vormen naar een complex en donker nummer als “I AM III“. En hoewel KzR geen wereldzanger is, smijt hij zich met voldoende buikgevoel in de cleane vocalen, om mij te weten overtuigen. Soms is een band meer gebaat bij verdeelde reacties dan bij een unaniem oordeel. Ik ben alvast overtuigd over de manier waarop Bölzer haar sound verder ontwikkelt in de zoektocht naar een eigen identiteit. Oh ja, enkel over de spuuglelijke hoes lijkt iedereen het wel eens te zijn.

JOKKE: 83/100

Bölzer – Hero (Iron Bonehead Productions 2016)
1. Urðr
2. The archer
3. Hero
4. Phosphor
5. Decima
6. I AM III
7. Spiritual athleticism
8. Chlorophyllia
9. Atropos

Schammasch – Triangle

Eén album uitbrengen is al een hele klus. Schammaschs voorganger “Contradiction” was een dubbelaar, maar “Triangle” bevat zelfs 3 platen, waarvan elk exact 33:33 minuten duurt. Het is ook nog eens het 3de album van Schammasch. Het artwork is fantastisch en de duistere, kunstzinnige fotografie is van onmiskenbaar hoog niveau. Origineel! Even origineel is de aanduiding voor elk luik dat bestaat uit een zijde van de driehoek en is gekenmerkt door een bijhorende mandala. In het toegevoegd boekje staan alle mandala’s mooi over elkaar gedrukt, zodat ze een coherent geheel vormen. En dan hebben we het nog niet eens gehad over de muziek of de hoogstaande teksten. Maar als je dit al kunt voorleggen, dan heb je niet een armlengte voorsprong op de doorsnee black metalband, maar eerder de gehele bevolking van Botswana op elkaar gestapeld. Schammasch versus de rest van de wereld: 1-0. Uiteraard is dat iets wat Chris zijn Schammasch tot in de perfectie beheerst. “Crepusculum” zet alles in gang op een erg atonale wijze alvorens over te gaan in het duistere “Father’s breath“. Nog steeds hoor je dat de hoofdingrediënten komen van Secrets of the Moon en Deathspell Omega. De eerste is slappe pap geworden en de laatste staat al even levenloos langs de zijlijn te kijken. Schammasch mag terecht een stapje hoger op de ladder staan. Schammasch versus de rest van de wereld: 2-0. Ook het tempo gaat regelmatig een stapje hoger. “In dialogue with death” hamert als een machinegeweer door de speakers. Een gevoel dat wederkeert op “Awakening from the dream of life“. Toch heeft Schammasch het vooral van zijn trage en sfeervolle passages, dankzij her en der wat achtergrondgeluiden, percussie en een meervoud aan gitaarlagen en -effecten. Maar de hoofdrol is echter weggelegd voor het invullen van de zang. Chris heeft een diep klinkende demonische schreeuw, maar laat het hele scala aan geroep, gepraat en gezang passeren; volle koren, hese gastzang, soms haast Gojira-achtig geschreeuw en een wonderschoon pallet aan zware zuivere zang, zoals in “Metanoia“, komende van het 2de luik. Ik was trouwens op zoek naar het verschil tussen beide luiken, maar het is niet zo dat het 1ste deel sneller – of het tweede deel duisterder zou zijn. Er is in feite geen stijlbreuk waar te nemen. “The world destroyed by water” start erg duister en introvert, maar vervolgens duiken alle elementen op van het vorige deel, incluis het heerlijke tribal gedrum in “Satori“. Beide delen zijn kwalitatief even sterk en nergens, maar ook nergens krijg ik het gevoel een opvuller te moeten aanhoren. Het 3de luik, “The supernal clear light of the void” is wel wezenlijk anders. Het kan je duidelijk spreken van een stijlbreuk. De 5 tracks vloeien mooi over in elkaar en brengen een sfeervol ambient, bij wijlen neo-folk aandoend geheel. Elektrische gitaren en drums worden achterwege gelaten (tenzij in “The empyrean“), maar percussie brengt regelmatig wat schwung. Tevens zorgen enkele duistere Oosterse toonladers voor heel wat variatie. Dit lekker sfeervol luik is een echte meerwaarde na het uur totale duisternis van voorgaande delen. “What else will you see, by gazing into the reflection of your own countenance on the water’s surface, than a thousand empty eyes from a thousand empty faces of a thousand empty selfs, mirroring a thousand empty lifes?” Schammasch versus de rest van de wereld: 3 (hoe kan het anders)-0. Meesterwerk! Flp: 95/100

Schammasch – Triangle (Prosthetic Records 2016)
A: The process of dying
1. Crepusculum
2. Father’s breath
3. In dialogue with death
4. Diluculum
5. Consensus
6. Awakening from the dream of life

B: Metaflesh
1. The world destroyed by water
2. Satori
3. Metanoia
4. Above the stars of God
5. Conclusion

C: The supernal clear light of the void
1. The third ray of light
2. Catharitic confession
3. Jacob’s dream
4. Maelstrom
5. The empyrean

Rorcal – Creon

De jongens van Rorcal zijn een bende eikeltjes die met hun arty farty packaging mij nooit echt weten te overtuigen. Zo heb ik in bezit: “Monochome” waarvan je niet weet wat de boven- en onderkant van de cd is. Of “Világvége” dat in een vreselijk piepschuim met lichtpaarse kaft zit. “Heliogabalus” zit dan weer in een soort enveloppe die haast scheurt als je alleen nog maar naar kijkt. Nieuweling “Creon” zit gelukkig in een stevige digipack en wie het Grieks niet machtig is, kan het boekje meteen bij het papierafval zetten, want dan valt er niks te lezen. Sommige mensen zullen het wel “vree neig” vinden, maar doe mij maar de klassieke formule. Bon, naar de kern van de zaak. “Creon” is goed. Heel goed. Meer nog, voor mij is dit Rorcals beste werk. Hun formule van knalharde core, gemengd met black metal en sludge is erg origineel. Het doet me steevast denken aan een betere versie van Celeste, die andere hippe band in het genre. De uitgesponnen tracks zijn werkelijk verstikkend. Je wordt met de keel genepen, en ongeacht of het tempo traag of snel is, de grip lost niet. Ook Celeste heeft zo’n wurgende sound, maar laten de metertjes altijd in het rood staan. Rorcal zorgt gelukkig wel voor voldoende dynamiek. Mede omdat er op “Creon” meer black metalinvloeden te horen zijn. Zo komt er in het eerste nummer een heerlijke ouderwetse Burzum klinkende riff voorbij. Het gros van deze hipsterbands gaan in de leer bij het sfeervol gejengel van Wolves in the Throne Room, wat zeker geen slechte band is. Maar Rorcal haalt haar mosterd eerder bij de kille Scandinavische scene uit de jaren negentig, maar dan met heftig en (minpunt) eenzijdig keelwerk. Hardcore gasten die black metal spelen, ik heb het er altijd moeilijk mee. Maar Rorcal staat als een huis en “Creon” klinkt beresterk! Wat een plaat! Fuck! Flp: 91/100

Rorcal – Creon (Bleak Recordings, Lost Pilgrims Records, Division Records, Dullest Records, We Are Grains of Sand, Long Legs Long Arms, Unquiet Records 2016)
1. Πολυνείκης
2. Ἀντιγόνη
3. Αἵμων
4. Εὐρυδίκη

Merci, Metal Archives!

Borgne – Règne des morts

Dat de heersende Star Wars mania mij totaal gestolen kan worden, wil niet zeggen dat ik mijn metal – naast zwart – soms ook niet een tikkeltje galactisch lust. De industriële black van het éénogige Zwitserse monster Borgne doet me immers regelmatig aan een ruimtereis doorheen oneindige sterrenstelsels denken. Op muzikaal gebied dan toch, want de teksten (Frans, Engels en Grieks) handelen zoals van oudsher over eerder misantropisch gerelateerde onderwerpen. Bezieler Bornyhake lijkt het nog steeds niet zo op zijn medemens begrepen te hebben. Langspeler nummer zes is drie jaar in de maak geweest, maar Borgne verwent zijn aanhang op “Règne des morts” dan ook met een plaat die tot aan het gaatje gevuld is. Voor de luisteraar met weinig tijd zal een album van tachtig minuten niet altijd even gemakkelijk de weg naar de stereo vinden. Wie ’s nachts echter geen rekening hoeft te houden met slapende kinders raad ik aan om “Règne des morts” toch eens aan een nocturnale luisterbeurt te onderwerpen. Dat is immers het momentum waarop de lang uitgesponnen composities het best tot hun recht komen. Het industrieel karakter van Borgne zit hem vooral in de machinaal klinkende drums en allerhande keyboardgeluidjes en soundscapes die de, met momenten razende, black opfleuren. Niet zo theatraal als bijvoorbeeld een Limbonic Art, maar eerder zoals bij de collega’s en landgenoten van Darkspace waarbij de keyboards haast een extra melkwegstelsel creëren dat zich tegen lichtsnelheid een weg baant doorheen het zwarte universum. Bornyhake en kompanen hebben de klus niet alleen moeten klaren en hebben hulp gekregen van enkele gelijkgestemde zielen. Zo verzorgde Dirge Rep (ex-Gehenna, ex-Enslaved en ex-nog een heleboel Noorse bands) de tekst voor opener “Void Miasma” en deden de Finnen Spellgoth en Hex Inferi (beiden actief bij Horna) een duit in het zakje op “Abysmal existence”, het kroonjuweel van de plaat, dat je een ware “slap in the face” biedt na de melancholische aftrap, halverwege een hypnotiserende ambient-laag op je gemoed laat inwerken, om dan weer plots machinaal op je in te stampen. Toch moet ik toegeven dat het album een lange rit is, want om tachtig minuten te blijven boeien is het toch wel ietwat te veel van hetzelfde. Het is gelukkig niet zo erg als bij de eerder dit jaar verschenen dubbelaar van het gelijkaardige Midnight Oddysey, waarbij slechts de helft beklijvend was tegenover een overbodige andere helft, maar “Règne des mort” komt wat mij betreft pas echt op gang vanaf “Everything is a fallacy”, maar dan zijn we toch al meer dan een half uur aan onze ruimtereis bezig. De liefhebbers zal dit echter worst wezen en zullen hun hartje danig kunnen ophalen bij een verder degelijke plaat.

JOKKE: 78/100

Borgne – Règne des morts (Those Opposed Records 2015)
1. Void miasma
2. Eonious fovous
3. When swans are choking
4. Everything is a fallacy
5. Abysmal existence
6. Fear
7. L’odeur de la mort

Last Leaf Down – Fake lights

Bij addergebroed doen we het soms ook eens wat rustiger aan. Het moet immers niet altijd (extreme) metal zijn die de klok slaat. Wie ons al langer dan vandaag kent, weet dat we ook het hele post-rock en shoegaze gebeuren (of toch minstens enkele bands uit die scene) een warm hart toe dragen. Een nieuwe ontdekking voor ondergetekende is het uit Zwitserland afkomstige Last Leaf Down. “Voor fans van Anathema, Katatonia en Slowdive” stond er op de Facebook banner te lezen die plots voor mijn neus oppopte. Grote Katatonia fanboy zijnde besloot ik om toch maar eens eventjes door te klikken. Goede zet bleek later (en met veel dank aan de marketing boys!). De band zag het levenslicht in 2003 en speelde toen een soort van doom/dark metal met een zéér grote knipoog naar Katatonia. In 2007 vond er een kantelmoment plaats, toen de zanger en drummer het hazenpad kozen en Benjamin Schenk en Patrick Hof de respectievelijke vacante posities van zanger en drummer invulden. De line-up wissel ging hand in hand met een verschuiving van het bandgeluid van metal naar de huidige shoegaze sound. De dream pop van genrestichters Slowdive is inderdaad alom tegenwoordig op de eerste plaat getiteld “Fake lights”. Dertien songs en vijftig minuten lang neemt de in-bondige-songs-verpakte maar zweverige shoegaze van Last Leaf Down ons mee op een wegdroom trip. Delay en reverb pedalen maken overuren terwijl de met effecten overgoten zang (die met momenten als twee druppels water lijkt op de vocalen van Alcest’s Neige) je in een zeemzoete trance brengt. Post rock infused gitaarlijntjes zorgen op de achtergrond voor melancholieke ontroering. Filmische soundscapes creëren een waas van verlichting. Extase vormt de totaalbeleving. Het latere werk (voornamelijk het “Just in case we’ll never meet again (soundtrack for the cassette generation” album) van de Italianen van Klimt 1918 (Weet iemand waar deze momenteel uithangen want ze lijken wel van de aardbol verdwenen te zijn?), overgoten met een pakkende shoegaze saus kan als referentiekader dienen. Ook liefhebbers van de eerder dit jaar verschenen “Guilty of everything” plaat van Nothing zullen dit wel trekken. Dertien songs is voor sommigen misschien een beetje te veel van het goede en niet alle tracks zijn van eenzelfde niveau. De pareltjes zijn het inleidende “Refulgence”, “Inmost life”, de single “The theme”, “An endless standoff”, “Wish to leave” en het afsluitende “Fake lights in the sky“. “Giant”, “Growing fear” en “Born dead” beschouw ik als de mindere songs. De nummers lijken hard op mekaar waardoor er meerdere luisterbeurten nodig zijn om het onderscheidend karakter van de songs te ontdekken, maar eenmaal je de plaat op je ziel hebt laten inwerken, openbaart er zich een heerlijke reisgezel voor de late nachtelijke uurtjes. Kort de plaat een nummertje of drie in en je hebt de perfecte LLD-trip. Benieuwd wat dat naar de toekomst toe nog gaat geven!

JOKKE: 81/100

Last Leaf Down – Fake lights (Lifeforce Records 2014)
1. Refulgence
2. In dreams
3. The thought that I saw you
4. In these waters
5. Inmost life
6. Giant
7. Growing fear
8. The theme
9. An endless standoff
10. Truth is a liar
11. Wish to leave
12. Born dead
13. Fake lights in the sky

Schammasch – Contradiction

De jongens van Schammasch hebben niets aan het toeval overgelaten en zijn met een wel heel pretentieuze plaat op de proppen gekomen. “Contradiction” komt 4 jaar na het debuut “Sic Lvceat Lvx” en knalt de Zwitserse duivels met een mokerslag vooruit. Het is een heuse dubbelaar geworden die ruim 80 minuten klokt. Als je trage, duistere black metal weet te appreciëren, size does matter. Schammasch is een betere versie van Sir Golden Shower’s Secrets of the Moon en Swiss finest Celtic Frost (het uptempo “Provoking spiritual collapse” versus “Progeny“, ja hoor). Zelf hebben de heren het moeilijk met dergelijke complimenten, maar geloof me vrij, Secrets of the Moon verbleekt in het niets bij het aanschouwen van “Contradiction“. Het ligt er soms wel echt té dik op, maar Schammasch is toch een pak origineler en gevarieerder dan de Duitsers. Zo zijn er Spaanse gitaren in opener “Contradiction“, Gregoriaanse gezangen in “Split my tongue“, bezwerende stemmen en reversed gitaren in “The inner word“,… Soms wordt het wat té lang in het nooit eindigende “JHWH“, maar het wordt de band vergeven. Dit soort zwoel slepende orthodoxe black metal is van erg hoge kwaliteit. Ook het artwork van Metastazis is erg knap, maar ook weer zo tendy (Ascension iemand?). Het vat Schammasch hun tweede een beetje samen: uitstekend uitgevoerd, wat gebrek aan eigenheid, maar dan wel weer beter dan de inspiratiebronnen.

Flp: 85/100

Schammasch – Contradiction (Prosthetic Records 2014)
1. Contradiction
2. Split my tongue
3. Provoking spiritual collapse
4. Until our poison devours us
5. Crown
6. The inner word
7. Serpent silence
8. Golden light
9. JHWH